Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

6551 palabras · página 49 de 263

  • dalenB1

    daalde · zijn gedaald

    bajar, descender

    De prijs van benzine is deze maand gedaald.

  • de dalingB2

    descenso

    Na de piek volgde een scherpe daling.

  • de dameA2

    dama, señora

    De dame achter de balie helpt u graag verder.

  • danA1

    entonces, luego

    Eerst eten, dan afwassen.

  • dankbaarB2

    agradecido

    Ik ben je heel dankbaar voor je hulp.

  • de dankbaarheidB2

    gratitud

    Hij sprak zijn dankbaarheid uit.

  • dankenB1

    dankte · hebben gedankt

    agradecer; deber (a)

    Ik wil iedereen danken voor de hulp bij de verhuizing.

  • dankjewelA1

    gracias

    Dankjewel voor je hulp.

  • dankzijB1

    gracias a

    Dankzij jouw hulp heb ik het examen gehaald.

  • de dansA2

    baile

    Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.

  • dansenA2

    danste · hebben gedanst

    bailar

    Op het feest werd er gedanst.

  • dapperB1

    valiente, valeroso

    Wat ben je dapper dat je dit alleen hebt gedaan.

  • de darmB2

    intestino

    Vezels zijn goed voor de darmen.

  • de dasA2

    bufanda; tejón

    Doe een warme das om, het is koud buiten.

  • datA1

    que (conjunción)

    Ik denk dat de trein vandaag later komt.

  • dat is waarB2

    eso es cierto

    Dat is waar, daar had ik niet aan gedacht.

  • dat kloptB2

    eso es correcto

    Dat klopt, ik heb het zelf gezien.

  • dat valt te bezienB2

    eso está por ver

    Of dat werkt, dat valt te bezien.

  • de databaseB1

    base de datos (informática)

    Alle gegevens van klanten staan in een database.

  • de databundelB2

    paquete de datos

    Mijn databundel is halverwege de maand op.

  • het datalekB2

    filtración de datos

    Na het datalek moesten alle wachtwoorden gewijzigd worden.

  • de dataverzamelingB2

    recogida de datos

    De dataverzameling duurde zes maanden.

  • daterenB2

    dateerde · hebben gedateerd

    datar de

    Deze kerk dateert uit de vijftiende eeuw.

  • de datumA1

    fecha

    Wat is de datum van vandaag?

  • de dauwB2

    rocío

    Het gras was nat van de dauw.