Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

93 palabras · página 1 de 4

  • faalangstB2

    miedo al fracaso

    Door faalangst presteert hij onder zijn niveau.

  • factcheckB2

    verificación de datos

    Na een factcheck bleek de bewering onjuist.

  • factuurA2

    factura

    De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.

  • factuurnummerB2

    número de factura

    Vermeld altijd het factuurnummer bij de betaling.

  • faculteitB2

    facultad

    Hij studeert aan de faculteit rechten.

  • faillissementB2

    quiebra

    Na het faillissement verloren dertig mensen hun baan.

  • familieA1

    familia

    Mijn familie komt zondag eten.

  • familiebezoekA1

    visita familiar

    Zondag hebben we familiebezoek.

  • familielidA1

    familiar

    Er komt een familielid op bezoek.

  • februariA1

    febrero

    In februari is het meestal koud.

  • feestA1

    fiesta

    Zaterdag is er een feest.

  • feestdagB1

    día festivo

    Op feestdagen zijn de winkels dicht.

  • feitB2

    hecho

    Scheid feiten van meningen.

  • feitencheckB2

    verificación de datos

    Na de feitencheck bleek de claim onjuist.

  • felicitatieB2

    felicitación

    Mijn felicitaties met je diploma.

  • feliciterenB1

    felicitar

    Ik wil je feliciteren met je nieuwe baan.

  • festivalB1

    festival

    Elke zomer is er een festival in het park.

  • fietsA2

    bicicleta

    In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.

  • fietsenA1

    ir en bici

    Ik fiets elke dag naar school.

  • fietsenstallingA2

    aparcamiento de bicis

    Zet je fiets in de fietsenstalling.

  • fietspadB1

    carril bici

    Fiets alsjeblieft op het fietspad.

  • fietspompA2

    bomba de bici

    Heb je een fietspomp voor me?

  • fietsrouteA2

    ruta ciclista

    Deze fietsroute gaat door het bos.

  • fietsslotA2

    candado de bici

    Vergeet je fietsslot niet.

  • fietsstrookB2

    carril bici

    De fietsstrook is te smal.