Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

612 palabras · página 1 de 25

  • aanA1

    en, a

    De foto hangt aan de muur.

  • aardappelA1

    patata

    We eten vanavond aardappelen.

  • aardbeiA1

    fresa

    In juni zijn de aardbeien het lekkerst.

  • achtA1

    ocho

    Ik begin om acht uur.

  • achterA1

    detrás

    De tuin ligt achter het huis.

  • achterdeurA1

    puerta trasera

    Via de achterdeur kom je in de tuin.

  • ademA1

    aliento

    Haal even diep adem.

  • adresA1

    dirección

    Schrijf hier je adres op.

  • alA1

    ya

    Ben je er nu al?

  • allebeiA1

    ambos

    Wij werken allebei fulltime.

  • alleenA1

    solo; solamente

    Ik woon alleen.

  • alleenstaandA1

    soltero

    Zij is een alleenstaande moeder.

  • allemaalA1

    todos

    We gaan allemaal mee.

  • allesA1

    todo

    Alles is klaar.

  • alsA1

    si, cuando

    Als het regent, blijven we binnen.

  • alsjeblieftA1

    por favor; aquí tienes

    Hier is je koffie, alsjeblieft.

  • altijdA1

    siempre

    Hij komt altijd te laat.

  • anderA1

    otro

    Heb je een andere maat?

  • apartA1

    por separado

    We betalen apart.

  • appelA1

    manzana

    Ik neem een appel mee naar mijn werk.

  • aprilA1

    abril

    In april bloeien de bloemen.

  • armA1

    brazo

    Mijn arm is stijf.

  • augustusA1

    agosto

    Augustus is vaak de warmste maand.

  • autoA1

    coche

    Onze auto staat voor de deur.

  • avondA1

    noche (temprana)

    's Avonds kijk ik televisie.