Vocabulario
796 palabras · página 1 de 32
's avondsA1
por la noche
's Avonds lees ik meestal nog een boek in bed.
's morgensA1
por la mañana
Ik drink 's morgens altijd een kop koffie.
's ochtendsA1
por las mañanas
Ik fiets 's ochtends samen met mijn buurman naar het werk.
aanA1
en, a
De foto hangt aan de muur.
de aandachtA1
atención
Besteed extra aandacht aan de uitspraak.
het aantalA1
número (de personas, cosas)
Het aantal deelnemers groeit.
de aardappelA1
patata
We eten vanavond aardappelen.
de aardbeiA1
fresa
In juni zijn de aardbeien het lekkerst.
achtA1
ocho
Ik begin om acht uur.
achterA1
detrás
De tuin ligt achter het huis.
de achterdeurA1
puerta trasera
Via de achterdeur kom je in de tuin.
de ademA1
aliento
Haal even diep adem.
het adresA1
dirección
Schrijf hier je adres op.
alA1
ya
Ben je er nu al?
allebeiA1
ambos
Wij werken allebei fulltime.
alleenA1
solo; solamente
Ik woon alleen.
alleenstaandA1
soltero
Zij is een alleenstaande moeder.
allemaalA1
todos
We gaan allemaal mee.
allesA1
todo
Alles is klaar.
alsA1
si, cuando
Als het regent, blijven we binnen.
alsjeblieftA1
por favor; aquí tienes
Hier is je koffie, alsjeblieft.
altijdA1
siempre
Hij komt altijd te laat.
anderA1
otro
Heb je een andere maat?
het antwoordA1
respuesta
Ik heb nog geen antwoord op mijn e-mail gekregen.
apartA1
por separado
We betalen apart.

