Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
404 palabras · página 1 de 17
vaakA1
a menudo
Ik ga vaak met de fiets.
vaardigheidB1
habilidad
Communiceren is een belangrijke vaardigheid.
vacatureB1
vacante
Er staat een vacature op hun website.
vacaturebankB2
bolsa de empleo
Zoek in de vacaturebank op postcode.
vacaturetekstB2
texto de la oferta de empleo
De vacaturetekst is te vaag geschreven.
vaccinatieB1
vacunación
De vaccinatie is gratis.
vaccinatieprogrammaB1
programa de vacunación
Kinderen krijgen prikken via het vaccinatieprogramma.
vaccinatieschemaB2
calendario de vacunación
Het vaccinatieschema begint bij twee maanden.
vaderA1
padre
Mijn vader kookt heel goed.
vakB1
asignatura
Wiskunde is mijn favoriete vak.
vakantieB1
vacaciones
We gaan deze zomer op vakantie naar Spanje.
vakantieaanvraagA2
solicitud de vacaciones
Doe je vakantieaanvraag op tijd.
vakantieadresB1
dirección de vacaciones
Geef je vakantieadres door aan je buren.
vakantiebestemmingB1
destino de vacaciones
Spanje is een populaire vakantiebestemming.
vakantiedagenA2
días de vacaciones
Ik heb nog tien vakantiedagen over.
vakantiegeldB2
paga de vacaciones
Het vakantiegeld wordt in mei uitbetaald.
vakantieparkB1
parque vacacional
We huren een huisje op een vakantiepark.
vakantieplanningB1
planificación de vacaciones
De vakantieplanning maken we in januari.
vakbekwaamheidB2
competencia profesional
Vakbekwaamheid moet je regelmatig aantonen.
vakbondB2
sindicato
De vakbond onderhandelt over de cao.
vakbondsactieB2
acción sindical
De vakbondsactie legde het treinverkeer stil.
vakbondslidB2
afiliado sindical
Als vakbondslid betaal je contributie.
vakdidactiekB2
didáctica específica
Vakdidactiek is een belangrijk onderdeel van de lerarenopleiding.
vakdiplomaB2
título profesional
Voor dit beroep is een vakdiploma verplicht.
vakdocentB2
profesor de asignatura
De vakdocent geeft alleen scheikunde.

