Vocabulario
264 palabras · página 1 de 11
de taakA2
tarea
Dat is niet mijn taak.
de taakomschrijvingA2
descripción de tareas
Dat staat niet in mijn taakomschrijving.
de taakstellingB1
objetivo asignado
De taakstelling voor dit jaar is ambitieus.
de taakstrafB2
trabajos comunitarios
Hij kreeg een taakstraf van veertig uur.
de taakuitvoeringB2
ejecución de tareas
De taakuitvoering wordt steekproefsgewijs gecontroleerd.
de taakverdelingB1
reparto de tareas
We maken een duidelijke taakverdeling.
de taalA1
idioma
Nederlands is een moeilijke taal.
de taalachterstandB2
retraso lingüístico
Een taalachterstand haal je met extra les vaak in.
de taalbeheersingB2
dominio del idioma
Zijn taalbeheersing is bijna moedertaalniveau.
de taalcoachB2
tutor de idioma
Een vrijwillige taalcoach oefent wekelijks met haar.
de taalcursusB1
curso de idiomas
Ik volg een taalcursus in het buurthuis.
de taaleisB1
requisito lingüístico
Er geldt een taaleis van niveau B1.
het taalexamenB1
examen de idioma
Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.
de taalfoutB1
error lingüístico
In je brief staan een paar taalfouten.
het taalgebruikB2
uso del lenguaje
Het taalgebruik in de brief is te informeel.
taalgevoelB1
sensibilidad lingüística
Na een jaar krijg je meer taalgevoel.
de taallesA2
clase de idioma
Ik heb twee keer per week taalles.
het taalniveauB1
nivel de idioma
Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.
de taaltoetsA2
prueba de idioma
Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.
de taalvaardigheidB1
competencia lingüística
Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.
de taalvariatieB2
variación lingüística
Taalvariatie tussen regio's is normaal.
de taartA1
tarta
Op mijn verjaardag maak ik een taart.
de tabelB1
tabla
In de tabel zie je de prijzen per maand.
tabletB2
comprimido
Neem twee tabletten per dag.
tachtigA1
ochenta
Mijn oma is tachtig jaar.

