Je EigenRoute
EntrarRegistrarse
← Volver a gramática

Sustantivos, artículos y determinantes

Una referencia compacta para construir el grupo nominal en neerlandés. Compare el artículo, la forma del sustantivo y las palabras que lo determinan.

Artículos de, het y een

De y het se refieren a algo específico; een introduce un elemento no específico. En plural siempre se usa de. Conviene aprender cada sustantivo junto con su artículo.

Regla o usoPalabras de y pluralesFormade + de-woord | de + meervoudEjemploDe afspraak is verzet en de deelnemers zijn geïnformeerd.
Regla o usoPalabras het en singularFormahet + het-woord in het enkelvoudEjemploHet kantoor sluit vandaag eerder.
Regla o usoArtículo indefinido eenFormaeen + telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoudEjemploWe zoeken een rustige vergaderruimte.
Regla o usoSin artículoFormaberoep, materiaal, taal of algemene niet-telbare betekenisEjemploZij is architect en spreekt vloeiend Nederlands.
Regla o usoAprender la palabra con su artículoFormaleer elk woord samen met de of hetEjemploIk noteer altijd: de oplossing, het resultaat.

Plural

La mayoría de los plurales añaden -en o -s, a veces con un cambio ortográfico en la raíz. Las formas irregulares frecuentes se aprenden por separado.

Regla o usoTerminación -enFormameestal -enEjemploHet boek ligt klaar. De boeken liggen op tafel.
Regla o usoTerminación -sFormavaak -s na een onbeklemtoonde uitgangEjemploEr staat één tafel binnen en drie tafels op het terras.
Regla o usoApóstrofo antes de -sFormaklinker + 's als de uitspraak anders zou veranderenEjemploVoor het gebouw staan drie taxi's.
Regla o usoCambios ortográficosFormaraam → ramen | bus → bussenEjemploDe bussen stoppen voor de open ramen van het station.
Regla o usoFormas irregularesFormaonregelmatig: kind → kinderen | stad → stedenEjemploIn meerdere steden reizen kinderen gratis met de bus.

Diminutivos

Los diminutivos expresan tamaño pequeño o un matiz coloquial. Siempre son palabras het, pero la terminación depende del sonido final.

Regla o usoSiempre el artículo hetFormaelk verkleinwoord is een het-woordEjemploHet kleine cadeautje ligt op de kast.
Regla o usoTerminación -jeFormavaak -je: huis → huisjeEjemploAchter de boerderij staat een oud huisje.
Regla o usoTerminación -tjeFormavaak -tje: stoel → stoeltje | foto → fotootjeEjemploZet het stoeltje naast het tafeltje.
Regla o usoTerminación -pjeFormana -m vaak -pje: boom → boompjeEjemploDe gemeente plant een boompje op het plein.
Regla o usoTerminación -etjeFormakorte klinker + medeklinker: bal → balletjeEjemploHet jongetje gooit een balletje naar de hond.

Terminación del adjetivo

Un adjetivo ante un sustantivo suele recibir -e. La principal excepción es una palabra het indefinida en singular: een nieuw huis. Después de zijn, worden, blijven y lijken no se añade -e.

Regla o usoDespués de de y hetFormade/het + bijvoeglijk naamwoord + -eEjemploDe nieuwe baan en het nieuwe rooster bevallen goed.
Regla o usoEen con una palabra deFormaeen + bijvoeglijk naamwoord + -e + de-woordEjemploZij heeft een belangrijke afspraak.
Regla o usoPalabra het indefinidaFormaeen/geen/elk/welk + bijvoeglijk naamwoord zonder -e + het-woordEjemploWe hebben geen duidelijk antwoord; elk nieuw voorstel is welkom.
Regla o usoPluralFormain het meervoud altijd -eEjemploDe organisatie zoekt ervaren medewerkers.
Regla o usoAdjetivo después del verboFormana zijn, worden, blijven, lijken: geen -eEjemploHet voorstel lijkt praktisch, maar de uitvoering wordt duur.
Regla o usoCambios ortográficosFormagroot → grote | lief → lieve | boos → bozeEjemploDe grote hond wacht naast een lieve kat.

Grados de comparación

El comparativo suele recibir -er y se usa con dan. El superlativo recibe -st o -ste. La igualdad se expresa con even ... als o zo ... als.

Regla o usoComparativoFormabijvoeglijk naamwoord + -er + danEjemploDeze route is korter dan de route langs de snelweg.
Regla o usoSuperlativoFormade/het + bijvoeglijk naamwoord + -ste | het + ...-stEjemploDit is de veiligste oplossing; zo werken we het veiligst.
Regla o usoIgualdadFormaeven/zo + bijvoeglijk naamwoord + alsEjemploDe trein is even snel als de auto.
Regla o usoFormas irregularesFormagoed → beter → best | veel → meer → meestEjemploMet meer verlichting is het zicht beter.

Determinantes demostrativos y posesivos

La elección de deze/die o dit/dat depende del artículo del sustantivo. Los posesivos no reciben terminación, pero ons/onze y welk/welke también siguen la distinción de/het.

Regla o usoDeze y dieFormade-woord/meervoud: deze dichtbij | die verder wegEjemploDeze medewerker helpt u; die collega's zijn nog bezig.
Regla o usoDit y datFormahet-woord enkelvoud: dit dichtbij | dat verder wegEjemploDit formulier is nieuw, maar dat document is verouderd.
Regla o usoPosesivosFormamijn, jouw, zijn, haar, uw, jullie, hunEjemploUw aanvraag staat klaar, maar hun beslissing volgt later.
Regla o usoOns u onzeFormaons + het-woord enkelvoud | onze + de-woord/meervoudEjemploOns kantoor verhuist, maar onze medewerkers blijven bereikbaar.
Regla o usoWelk o welkeFormawelk + het-woord enkelvoud | welke + de-woord/meervoudEjemploWelk advies volgt u en welke documenten stuurt u mee?
Sustantivos, artículos y determinantes · Je EigenRoute