Je EigenRoute
EntrarRegistrarse
← Volver a gramática

Verbos y tiempos

Una guía compacta de las formas verbales neerlandesas y la elección del tiempo adecuado. Compare cada regla con su esquema y un ejemplo completo.

Presente

Se usa para lo que sucede ahora, se repite o es generalmente cierto. La raíz se obtiene del infinitivo sin -en, ajustando la ortografía cuando sea necesario.

Regla o usoSingularFormaik + stam | jij/u/hij/zij + stam + t | werk jij?EjemploJij werkt thuis. Werk jij morgen ook thuis?
Regla o usoPluralFormawij/jullie/zij + infinitiefEjemploWij werken vandaag tot vijf uur.
Regla o usoCambios ortográficos de la raízFormaleven → ik leef | reizen → ik reisEjemploIk leef gezond en reis vaak met de trein.
Regla o usoZijn y hebbenFormazijn: ben/bent/is/zijn | hebben: heb/hebt/heeft/hebbenEjemploIk ben vrij en mijn buren hebben bezoek.

Imperfectum - pasado simple

Suele describir una situación, una costumbre o el contexto en el pasado. Las terminaciones regulares siguen la regla 't ex-kofschip; las formas irregulares se aprenden de memoria.

Regla o usoTerminación -te o -tenFormalaatste medeklinker vóór -en in 't ex-kofschip → -te(n)EjemploGisteren werkte ik thuis.
Regla o usoTerminación -de o -denFormaandere laatste medeklinker vóór -en → -de(n)EjemploWij woonden vroeger in Utrecht.
Regla o usoVerbos irregularesFormaklinker verandert | geen -te of -deEjemploIk ging naar huis en zag onderweg een ongeluk.
Regla o usoSituación o costumbre pasadaFormasituatie, gewoonte of achtergrond in het verledenEjemploToen ik jong was, fietste ik elke dag naar school.

Perfectum y plusquamperfectum

El perfectum presenta un hecho terminado o su resultado. El plusquamperfectum indica que algo ocurrió antes que otro hecho pasado.

Regla o usoParticipio regularFormahebben/zijn + ge + stam + d/tEjemploIk heb de brief gisteren gepost.
Regla o usoElegir hebben o zijnFormaverplaatsing/verandering: zijn | meestal: hebbenEjemploZij is verhuisd. Wij hebben hard gewerkt.
Regla o usoVerbo separableFormavoorvoegsel + ge + stam + d/tEjemploDe monteur heeft de machine uitgezet.
Regla o usoVerbos sin ge-Formabe-, ge-, her-, ont-, ver-: geen ge-EjemploWij hebben het probleem besproken.
Regla o usoParticipio irregularFormaonregelmatig voltooid deelwoordEjemploHij heeft het advies gekregen en gelezen.
Regla o usoPluscuamperfectoFormahad/hadden of was/waren + voltooid deelwoordEjemploToen ik belde, had zij de brief al gelezen.

Futuro y condicional

En neerlandés el futuro se expresa a menudo con el presente. Gaan destaca un plan, zullen una predicción o promesa y zou o zouden un deseo, cortesía o condición.

Regla o usoPresente con indicación temporalFormategenwoordige tijd + duidelijke tijdsaanduidingEjemploMorgen bespreek ik het voorstel met mijn manager.
Regla o usoPlan con gaanFormagaan + infinitiefEjemploWe gaan volgend jaar verhuizen.
Regla o usoPredicción o promesa con zullenFormazullen + infinitiefEjemploDe gemeente zal volgende maand reageren.
Regla o usoDeseo o condición con zouFormazou/zouden + infinitiefEjemploIk zou graag drie dagen per week willen werken.

Verbos modales

Compare kunnen, mogen, moeten, hoeven, willen y zullen. El modal es el verbo conjugado y el verbo principal suele aparecer como infinitivo al final.

Regla o usoKunnen o mogenFormakunnen = vaardigheid/mogelijkheid | mogen = toestemmingEjemploIk kan de machine bedienen, maar ik mag haar niet zonder toestemming gebruiken.
Regla o usoMoeten o hoevenFormamoeten = verplichting | niet/geen hoeven te = geen noodzaakEjemploU moet dit veld invullen, maar u hoeft geen kopie mee te sturen.
Regla o usoDeseo o intenciónFormawillen + infinitief = wens of voornemenEjemploWij willen volgend jaar een extra cursus aanbieden.
Regla o usoPropuesta, promesa o expectativaFormazullen + infinitief = voorstel, belofte of verwachtingEjemploZullen we de afspraak naar vrijdag verplaatsen?
Regla o usoFormas del pasadoFormakon, moest, mocht, wilde/wou, zou | meervoud meestal + -enEjemploVroeger kon ik niet thuiswerken en moest ik iedere dag reizen.
Regla o usoVerbo modal en perfectumFormahebben + ... + infinitief + modaal infinitiefEjemploDoor de storing hebben de medewerkers langer moeten wachten.

Construcciones verbales especiales

Observe tanto la forma como la posición de los verbos. En una oración principal el verbo conjugado va separado; los infinitivos y otras partes verbales suelen ir al final.

Regla o usoVerbo separableFormahoofdzin: belt ... op | bijzin: ... opbeltEjemploIk bel u morgen op, omdat ik vandaag niet kan.
Regla o usoVerbo reflexivoFormazich + werkwoordEjemploIk heb me voor de cursus aangemeld.
Regla o usoTe y om ... teFormaproberen te + infinitief | om ... te + infinitiefEjemploIk probeer op tijd te komen om de klant te helpen.
Regla o usoImperativoFormastam zonder onderwerp | beleefd verzoek: wilt/kunt u ...?EjemploVul het formulier in en stuur het vandaag nog op.
Verbos y tiempos · Je EigenRoute