Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

156 palabras · página 1 de 7

  • zaagB2

    sierra

    Met deze zaag gaat het sneller.

  • zaaienB2

    sembrar

    In maart kun je al zaaien.

  • zaaigoedB2

    semilla para siembra

    Het zaaigoed komt uit eigen oogst.

  • zachtA1

    blando, suave

    Dit kussen is lekker zacht.

  • zakA1

    bolsillo; bolsa

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • zakkenB1

    suspender

    Hij is helaas gezakt voor het examen.

  • zalfA2

    pomada

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • zalmB2

    salmón

    Zalm trekt de rivier op om te paaien.

  • zandbankB2

    banco de arena

    Het schip liep op een zandbank.

  • zandgrondB2

    suelo arenoso

    Zandgrond droogt sneller uit.

  • zaterdagA1

    sábado

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • zebrapadA2

    paso de cebra

    Steek over bij het zebrapad.

  • zeeB1

    mar

    De zee is vandaag onrustig.

  • zeearmB2

    brazo de mar

    De zeearm werd afgesloten met een dam.

  • zeefB2

    colador

    Giet de pasta af in een zeef.

  • zeepA1

    jabón

    Was je handen met zeep.

  • zeespiegelB2

    nivel del mar

    De zeespiegel stijgt langzaam.

  • zeespiegelstijgingB2

    subida del nivel del mar

    Zeespiegelstijging bedreigt laaggelegen landen.

  • zeevaartB2

    navegación marítima

    De zeevaart bracht het land welvaart.

  • zeggenA1

    decir

    Wat zei je?

  • zekerA2

    seguro

    Weet je dat zeker?

  • zeldenA2

    raramente

    Ik ga zelden naar de bioscoop.

  • zelfA1

    mismo

    Dat heb ik zelf gemaakt.

  • zelfbeeldB2

    autoimagen

    Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.

  • zelfbeheersingB2

    autocontrol

    Hij verloor even zijn zelfbeheersing.