Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 48 de 202
enthousiasmeB2
entusiasmo
Ze begon vol enthousiasme aan het project.
enthousiastA2
entusiasmado
De klas was enthousiast over het uitje.
entreekaartB1
entrada
De entreekaart kost twaalf euro.
envelopA1
sobre
Doe de brief in een envelop.
epidemieB2
epidemia
Tijdens de epidemie werkten veel mensen thuis.
epidemioloogB2
epidemiólogo
De epidemioloog legde de cijfers uit.
erfbelastingB2
impuesto de sucesiones
Over de erfenis moet erfbelasting betaald worden.
erfenisB2
herencia
De erfenis werd onder drie kinderen verdeeld.
erfgoedB2
patrimonio
De molens horen bij ons cultureel erfgoed.
erfpachtB2
derecho de superficie
In Amsterdam staat veel grond in erfpacht.
ergA1
muy; grave
Dat is erg vervelend.
ergensA2
en algún sitio
Mijn sleutels liggen hier ergens.
ergerenB2
molestarse
Zij ergert zich aan het lawaai.
ergerlijkB2
molesto
Het is ergerlijk dat niemand reageert.
ergernisB2
fastidio
De vertragingen wekken veel ergernis.
ergotherapeutB2
terapeuta ocupacional
De ergotherapeut past de woning aan.
erkennenB2
reconocer
De minister erkende de fout.
erkenningB2
reconocimiento
Zij zocht vooral erkenning voor haar inzet.
ervarenB2
experimentar
Veel mensen ervaren het examen als stressvol.
ervaringA2
experiencia
Voor deze functie is ervaring nodig.
erwtA1
guisante
Erwtensoep is een Nederlands wintergerecht.
escalatieB2
escalado del problema
Bij escalatie ga je naar de directie.
essentieB2
esencia
Dat is niet de essentie van het probleem.
etenA1
comida
Nederlands eten is soms heel simpel.
ethiekB2
ética
De ethiek van dit onderzoek is omstreden.

