Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 202 de 202
zorgwekkendB2
preocupante
Zijn toestand is zorgwekkend.
zoutA1
sal
Er zit te veel zout in.
zoutgehalteB2
contenido de sal
Het zoutgehalte in kant-en-klaarmaaltijden is hoog.
zuchtenB2
suspirar
Hij zuchtte diep en zei niets.
zuigelingB2
lactante
Een zuigeling slaapt het grootste deel van de dag.
zullenA1
ir a (futuro)
Zullen we koffie drinken?
zusA1
hermana
Ik bel mijn zus elke week.
zuurA2
agrio
De melk is zuur geworden.
zwaanB2
cisne
De zwaan verdedigt haar jongen.
zwaartekrachtB2
gravedad
Zonder zwaartekracht zweeft alles.
zwagerA1
cuñado
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
débil
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
embarazada
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
zwangerschapB2
embarazo
Tijdens de zwangerschap ging zij minder werken.
zwartA1
negro
Hij heeft zwarte schoenen aan.
zwembadB1
piscina
Het zwembad is op maandag gesloten.
zwemmenB1
nadar
Ik ga twee keer per week zwemmen.
zwerfafvalB2
basura dispersa
Vrijwilligers ruimen het zwerfafval op.
zwetenB2
sudar
Van de spanning begon hij te zweten.
zwijgzaamB2
callado
Zij is van nature nogal zwijgzaam.
zzp'erB2
trabajador por cuenta propia sin empleados
Steeds meer bouwvakkers werken als zzp'er.

