Vocabulario
7809 palabras · página 122 de 313
juniA1
junio
In juni beginnen de examens.
de juniorB2
junior
Zij begon als junior bij een groot advocatenkantoor.
juridischB1
jurídico
Voor juridisch advies kun je naar het Juridisch Loket.
de jurkA1
vestido
Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.
de juryB2
jurado
De jury koos haar tekening als de beste.
de justitieB1
la justicia (sistema)
De zaak is overgedragen aan justitie.
het juweelB2
joya (piedra preciosa)
De inbrekers stalen al haar juwelen.
de kaakB2
mandíbula
Na de val bij het schaatsen had hij pijn in zijn kaak.
kaalB2
calvo; desnudo
Mijn vader werd al op zijn dertigste kaal.
de kaarsA1
vela
Op tafel brandt een kaars.
de kaartA1
tarjeta; mapa
Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.
het kaartjeA2
billete
Ik heb mijn kaartje al gekocht.
de kaartverkoopB2
venta de entradas
De kaartverkoop start morgenochtend.
de kaasA1
queso
Nederlandse kaas is bekend in de wereld.
de kabelB1
cable
De kabel van mijn oplader is kapot.
de kabeljauwB2
bacalao
De vangst van kabeljauw is beperkt.
het kabinetA2
gabinete
Het nieuwe kabinet is deze week beëdigd.
de kachelA1
estufa
Zet de kachel wat hoger.
het kadasterB2
registro de la propiedad
Elke woning staat ingeschreven in het kadaster.
het kaderB1
marco
In het kader van het project bezoeken we een fabriek.
de kalenderA2
calendario
Ik zet je verjaardag op de kalender in de keuken.
kalmB2
calmado
Blijf kalm en bel de alarmcentrale.
kalmerenB2
kalmeerde · hebben/zijn gekalmeerd
calmarse
Probeer te kalmeren voordat je iets zegt.
de kamA1
peine
Mag ik je kam even lenen?
de kamerA1
habitación
Mijn kamer is niet zo groot.
cámara (del parlamento)
De Tweede Kamer stemt volgende week over de wet.

