Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7809 palabras · página 121 de 313

  • januariA1

    enero

    Mijn cursus begint in januari.

  • JapansB2

    japonés

    Sushi is een bekend Japans gerecht.

  • jarenlangB1

    durante años

    Zij heeft jarenlang in een ziekenhuis gewerkt.

  • het jargonB2

    jerga

    Vermijd jargon als je publiek breed is.

  • jarigA1

    que cumple años

    Mijn zoon is vandaag jarig.

  • de jasA1

    abrigo

    Doe je jas aan, het is koud.

  • jawelA2

    sí (contradiciendo)

    Je hebt je huiswerk niet gemaakt. Jawel, het is af!

  • jegensB1

    hacia, para con

    De leraar is altijd vriendelijk jegens zijn leerlingen.

  • de jeugdB1

    juventud, infancia

    In mijn jeugd speelde ik altijd buiten op straat.

  • jeugdigB2

    juvenil

    Voor zijn leeftijd ziet hij er nog jeugdig uit.

  • de jeugdzorgB2

    protección a la infancia

    De jeugdzorg kent lange wachtlijsten.

  • jongA1

    joven

    Zij is nog heel jong.

  • de jongemanB2

    hombre joven

    Een vriendelijke jongeman hielp mij met mijn koffer.

  • de jongenA1

    chico

    Die jongen is mijn zoon.

  • de JoodB2

    judío (persona)

    In de oorlog werden veel Joden uit Nederland weggevoerd.

  • joodsB1

    judío

    In Amsterdam woonden vroeger veel joodse families.

  • het journaalB1

    telediario, noticiero

    Om acht uur kijken we altijd naar het journaal.

  • de journalistA2

    periodista

    De journalist sprak met meerdere getuigen.

  • de journalistiekB2

    periodismo

    Onafhankelijke journalistiek is onmisbaar.

  • het jubileumB2

    aniversario

    De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.

  • de jufA2

    maestra

    De juf van groep drie leest elke dag een verhaal voor.

  • de juffrouwB2

    maestra; señorita

    De juffrouw vroeg de kinderen stil te zijn.

  • juichenB2

    juichte · hebben gejuicht

    vitorear, celebrar

    De supporters juichten na het doelpunt.

  • juistA2

    correcto

    Kies het juiste antwoord uit de lijst.

  • juliA1

    julio

    In juli gaan we op vakantie.