Vocabulario
7085 palabras · página 78 de 284
de gangA1
pasillo
Zet je schoenen in de gang.
de gansB1
ganso
Ganzen vreten het gras van de boeren op.
gapenB2
gaapte · hebben gegaapt
bostezar
Halverwege de lezing begon hij te gapen.
de garageA1
garaje
De fiets staat in de garage.
garanderenB1
garandeerde · hebben gegarandeerd
garantizar
Wij garanderen levering binnen twee dagen.
de garantieA2
garantía
Er zit twee jaar garantie op.
het garantiebewijsB2
certificado de garantía
Bewaar het garantiebewijs bij de doos.
de garantietermijnB2
plazo de garantía
De garantietermijn is twee jaar.
de gardeB2
batidor de varillas
Klop de eieren met een garde.
de garnaalB2
gamba
De garnalen worden op zee gekookt.
het gasA2
gas
Wij koken op gas, maar willen elektrisch gaan koken.
de gastA2
invitado
Op ons feest waren meer dan vijftig gasten.
de gastarbeiderB2
trabajador invitado
Veel gastarbeiders bleven uiteindelijk in Nederland.
de gastheerB1
anfitrión
Hij was een uitstekende gastheer.
gastvrijB1
hospitalario
Zij zijn heel gastvrij voor bezoek.
de gastvrijheidB2
hospitalidad
Bedankt voor jullie gastvrijheid.
het gasverbruikB2
consumo de gas
Ons gasverbruik is gehalveerd.
het gatA2
agujero
Er zit een gat in mijn sok.
gauwA1
pronto
Tot gauw!
de geaardheidB2
orientación (sexual)
Volgens de wet mag niemand worden gediscrimineerd om zijn geaardheid.
het gebaarB2
gesto
Met een gebaar liet hij ons binnen.
het gebakA1
pastel
Bij de koffie was er gebak.
het gebedB2
oración
Het gebed duurt een kwartier.
gebeurenA1
gebeurde · zijn gebeurd
ocurrir
Wat is er gebeurd?
de gebeurtenisB1
acontecimiento
De krant schrijft over de belangrijkste gebeurtenissen van het jaar.

