Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

6551 palabras · página 51 de 263

  • de delegatieB2

    delegación

    Goede delegatie scheelt de leidinggevende veel tijd.

  • delegerenB1

    delegeerde · hebben gedelegeerd

    delegar

    Een goede leidinggevende kan delegeren.

  • delenA1

    deelde · hebben gedeeld

    compartir, dividir

    We delen de kosten samen.

  • de delfstofB2

    recurso mineral

    Het land is rijk aan delfstoffen.

  • de deltaB2

    delta

    Nederland ligt in een delta.

  • de dementieB2

    demencia

    Bij dementie verdwijnt eerst het korte geheugen.

  • de democratieA2

    democracia

    In een democratie telt elke stem.

  • democratischB1

    democrático

    Nederland is een democratisch land met vrije verkiezingen.

  • de demonstratieB2

    manifestación

    De demonstratie verliep rustig.

  • de denB2

    pino

    Op de zandgrond groeien vooral dennen.

  • denkenA1irregular

    dacht · dachten · hebben gedacht

    pensar

    Ik denk dat het goed komt.

  • de depressieB2

    depresión

    Een depressie is meer dan somberheid.

  • derdeA1

    tercero

    Hij werd derde in de wedstrijd.

  • dergelijkB1

    semejante

    Een dergelijke situatie hebben wij nog nooit meegemaakt.

  • derhalveB2

    por consiguiente

    De termijn is verstreken; het verzoek wordt derhalve afgewezen.

  • de dermatoloogB2

    dermatólogo

    De dermatoloog behandelt huidaandoeningen.

  • dertienA1

    trece

    Mijn zoon is dertien en zit in de brugklas.

  • dertiende maandB2

    paga extra anual

    In december volgt de dertiende maand.

  • dertigA1

    treinta

    Ik ben dertig jaar oud.

  • de desinformatieB2

    desinformación

    Desinformatie verspreidt zich snel online.

  • deskundigB1

    experto, competente

    Je krijgt deskundig advies van onze medewerkers.

  • de deskundigeB2

    experto

    Volgens deskundigen is dat te vroeg gezegd.

  • de deskundigheidB1

    pericia

    Voor dit werk is veel deskundigheid nodig.

  • desondanksB2

    a pesar de ello

    Hij was ziek en kwam desondanks werken.

  • destijdsB1

    en aquel entonces

    Destijds was er nog geen internet.