Vocabulario
5480 palabras · página 215 de 220
het zelfvertrouwenB2
confianza en uno mismo
Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.
zendenB2irregular
zond · zonden · hebben gezonden
enviar; emitir
De omroep zendt de wedstrijd live uit.
de zenderB2
canal
Deze zender brengt vooral documentaires.
de zendmastB2
torre de transmisión
De nieuwe zendmast stuitte op bezwaren.
de zendtijdB2
tiempo de emisión
Elke partij krijgt evenveel zendtijd.
de zenuwB2
nervio
Er zit een zenuw bekneld in zijn rug.
zenuwachtigA2
nervioso
Ik ben zenuwachtig voor het examen.
de zenuwachtigheidB2
nerviosismo
Zijn zenuwachtigheid was begrijpelijk.
het zenuwstelselB2
sistema nervioso
Stress belast het zenuwstelsel.
zesA1
seis
We eten om zes uur.
zestigA1
sesenta
Mijn vader is zestig geworden.
de zetelB2
escaño
De partij won vijf zetels in de Tweede Kamer.
zettenA1
zette · hebben gezet
poner (de pie)
Zet de stoel bij het raam.
zeurende pijnB2
dolor sordo
Het is meer een zeurende pijn dan een scherpe.
zevenA1
siete
Een week heeft zeven dagen.
zeventigA1
setenta
Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.
zichtbaarB1
visible
Draag in het donker een zichtbaar hesje op de fiets.
ziekA1
enfermo
Ik ben vandaag ziek.
het ziekenhuisA2
hospital
Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.
de ziekenhuisafdelingB2
planta hospitalaria
Hij ligt op de ziekenhuisafdeling cardiologie.
het ziekenhuisbezoekB1
visita al hospital
Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.
de ziekenhuisopnameB1
ingreso hospitalario
Een ziekenhuisopname was niet nodig.
de ziekenhuiszorgB2
atención hospitalaria
De ziekenhuiszorg wordt geconcentreerd in grote centra.
de ziekenverzorgerB2
auxiliar de enfermería
De ziekenverzorger werkt in de nachtdienst.
zich ziekmeldenA2separablereflexivo
meldde ziek · hebben ziekgemeld
avisar de baja por enfermedad
Je moet je voor negen uur ziekmelden.

