Vocabulario
6551 palabras · página 175 de 263
regulierB1
regular, ordinario
Hij volgt een reguliere opleiding op het mbo.
de reigerB2
garza
Er staat een reiger langs de sloot.
de reisA2
viaje
De reis duurt twee uur.
het reisadviesB1
recomendación de viaje
Kijk op de app voor het actuele reisadvies.
het reisbureauB2
agencia de viajes
Zij boekte alles via een reisbureau.
het reisdocumentB1
documento de viaje
Neem een geldig reisdocument mee.
de reisgidsB1
guía de viaje
In de reisgids staan alle bezienswaardigheden.
de reiskostenA2
gastos de viaje
De reiskosten worden vergoed.
de reiskostenvergoedingB1
ayuda de transporte
Krijg je een reiskostenvergoeding van je werk?
de reisorganisatieB1
operador turístico
De reisorganisatie regelt het hotel.
het reisplanB1
plan de viaje
Ons reisplan is nog niet definitief.
de reisplannerB1
planificador de viaje
Met de reisplanner zoek je de snelste route.
de reisplanningB1
planificación del trayecto
Doe je reisplanning de avond ervoor.
het reisschemaB1
itinerario
Ons reisschema staat in de app.
de reistijdA2
tiempo de viaje
De reistijd is ongeveer een uur.
het reisverslagB1
crónica de viaje
Ze schreef een reisverslag voor de krant.
de reisverzekeringA2
seguro de viaje
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
reizenA1
reisde · hebben/zijn gereisd
viajar
Ik reis elke dag met de trein.
de reizigerB1
viajero
Reizigers naar Amsterdam moeten in Utrecht overstappen.
rekenenA2
rekende · hebben gerekend
calcular
Ik moet even rekenen hoeveel het kost.
de rekeningA2
factura; cuenta
De rekening komt volgende week.
het rekeningnummerA2
número de cuenta
Geef je rekeningnummer door.
het rekeningoverzichtB1
extracto de cuenta
Op het rekeningoverzicht zie je alles terug.
het rekwisietB2
atrezo
Elk rekwisiet ligt op zijn vaste plek.
de relatieA1
relación
Hun relatie is de laatste jaren verbeterd.

