Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 176 de 202
verkeersongevalB1
accidente de tráfico
Door een verkeersongeval was de weg afgesloten.
verkeersplanB1
plan de tráfico
De gemeente presenteerde een nieuw verkeersplan.
verkeersregelB1
norma de tráfico
Fietsers moeten zich ook aan de verkeersregels houden.
verkeerssituatieB1
situación del tráfico
Let goed op de verkeerssituatie.
verkeersstroomB1
flujo de tráfico
De verkeersstroom wordt met camera's gemeten.
verkeersveiligheidB1
seguridad vial
De gemeente investeert in verkeersveiligheid.
verkiezingB2
elecciones
De verkiezingen zijn over twee maanden.
verkiezingenB2
elecciones
De verkiezingen zijn in maart.
verkiezingsuitslagB2
resultado electoral
De verkiezingsuitslag verraste veel analisten.
verkleinwoordB2
diminutivo
Een verkleinwoord krijgt altijd 'het'.
verkoopprijsB2
precio de venta
De uiteindelijke verkoopprijs lag hoger.
verkopenA1
vender
Ze verkopen hier verse groente.
verkoperA2
vendedor
De verkoper hielp me met de maat.
verkoudenA2
resfriado
Ik ben een beetje verkouden.
verkoudheidA2
resfriado
Een verkoudheid duurt meestal een week.
verlangenB2
anhelo
Hij had een sterk verlangen naar huis.
verlegenA2
tímido
Hij is nogal verlegen bij nieuwe mensen.
verlegenheidB2
timidez
Zijn verlegenheid verdwijnt zodra hij over werk praat.
verliefdheidB2
enamoramiento
De eerste verliefdheid duurt zelden lang.
verlofB2
permiso, baja
Hij heeft ouderschapsverlof opgenomen.
verlofdagB1
día libre
Ik neem morgen een verlofdag op.
verloofdA1
prometido
Ze zijn sinds vorige maand verloofd.
verloskundigeB2
matrona
De verloskundige komt aan huis.
verlovingB2
compromiso matrimonial
De verloving werd op het feest bekendgemaakt.
vermakelijkB2
entretenido
Het was een vermakelijke avond.

