Vocabulario
7809 palabras · página 109 de 313
de huisapotheekA2
botiquín doméstico
Zorg voor een goede huisapotheek.
de huisartsA2
médico de cabecera
Je gaat eerst naar de huisarts.
de huisartsenpostA2
servicio de urgencias de atención primaria
's Avonds belt u de huisartsenpost.
de huisbaasA2
casero
Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.
het huisdierB2
mascota
In dit gebouw zijn huisdieren niet toegestaan.
de huisgenootA1
compañero de piso
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
het huishoudboekjeB2
libro de cuentas domésticas
Zij houdt een huishoudboekje bij.
huishoudelijkB2
doméstico
Zij krijgt hulp bij huishoudelijke taken.
het huishoudenB1
tareas domésticas; hogar
Zij doet het huishouden en werkt drie dagen per week.
de huiskamerB2
sala de estar
In de huiskamer staat een grote bank.
de huismeesterB2
conserje
Meld de storing bij de huismeester.
het huismerkB2
marca blanca
Het huismerk is vaak net zo goed.
de huisregelsA2
normas de la casa
Lees de huisregels van het gebouw.
de huisstijlB2
identidad corporativa
Alle brieven volgen de huisstijl.
de huisstofmijtB2
ácaro del polvo
Hij is allergisch voor huisstofmijt.
de huisvestingB1
provisión de vivienda
De huisvesting van studenten is een probleem.
het huiswerkB1
deberes
Ik maak mijn huiswerk 's avonds.
de huiswerkbegeleidingB2
apoyo con los deberes
De school biedt huiswerkbegeleiding aan.
huiverenB2
huiverde · hebben gehuiverd
estremecerse
Bij die gedachte huiver ik.
hullenB2
hulde · hebben gehuld
envolver (en niebla, silencio)
Het dorp was die ochtend in dichte mist gehuld.
de hulpA1
ayuda
Bedankt voor je hulp.
de hulpdienstB2
servicio de emergencia
De hulpdiensten waren binnen tien minuten ter plaatse.
hulpeloosB2
indefenso
Zonder telefoon voelde zij zich hulpeloos.
het hulpmiddelB1
ayuda técnica
Een rollator is een handig hulpmiddel.
de hulpverlenerB1
trabajador de apoyo
Een hulpverlener begeleidt het gezin.

