Vocabulario
7809 palabras · página 108 de 313
de hoornB2
cuerno; auricular
De koe heeft twee lange hoorns.
hopelijkA2
ojalá, con suerte
Hopelijk is het morgen mooi weer voor het feest.
hopeloosB1
desesperado, sin esperanza
Na de derde fout voelde de situatie hopeloos.
hopenA1
hoopte · hebben gehoopt
esperar (desear)
Ik hoop dat het lukt.
de horecaB1
hostelería
In de horeca werk je vaak in het weekend.
de horecamedewerkerB2
empleado de hostelería
Er is een tekort aan horecamedewerkers.
horenA1
hoorde · hebben gehoord
oír
Ik hoor je niet goed.
pertenecer a, formar parte de
Deze oefening hoort bij hoofdstuk drie.
de horizonB2
horizonte
De zon verdween langzaam achter de horizon.
het horlogeA1
reloj de pulsera
Mijn horloge loopt achter.
het hotelA1
hotel
We slapen twee nachten in een hotel in Brugge.
houdbaarA2
que se conserva
De melk is nog twee dagen houdbaar.
de houdbaarheidB2
vida útil
De houdbaarheid staat op de verpakking.
de houdbaarheidsdatumA2
fecha de caducidad
Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.
houdenA1irregular
hield · hielden · hebben gehouden
sostener; gustar (van)
Ik houd van koffie.
de houdingB1
actitud; postura
Een positieve houding helpt je bij een sollicitatie.
het houtA2
madera
De tafel in onze keuken is van hout.
houtenB1
de madera
In de keuken staat een grote houten tafel.
de houtkapB2
tala
De houtkap ligt in het broedseizoen stil.
de houtproductieB2
producción maderera
Een deel van het bos is voor houtproductie.
de huidA1
piel
Bescherm je huid tegen de zon.
de huidaandoeningB2
afección cutánea
Voor deze huidaandoening bestaat een zalf.
huidigB1
actual
Wat is uw huidige adres en telefoonnummer?
huilenA1
huilde · hebben gehuild
llorar
De baby huilt de hele nacht.
het huisA1
casa
Ik woon in een klein huis.
het huis-aan-huisbladB2
periódico gratuito local
Het huis-aan-huisblad valt gratis op de mat.

