Vocabulario
7809 palabras · página 106 de 313
hoeverreB1
en qué medida
In hoeverre bent u tevreden over onze service?
hoewelA2
aunque
Hoewel het regende, gingen we toch.
hoezoA2
¿por qué?, ¿cómo que?
Hoezo kun je morgen niet komen, ben je ziek?
het hofB1
tribunal, corte
De zaak komt volgende maand voor het hof.
de hoffelijkheidB2
cortesía
Hoffelijkheid kost niets.
hoger beroepB2
recurso de apelación
Zij ging in hoger beroep.
de hogeschoolB1
escuela superior (universidad aplicada)
Na het mbo wil ze naar de hogeschool.
hoiA1
hola
Hoi, hoe is het?
het hokB2
jaula, caseta
De konijnen zitten in een hok in de tuin.
holB1
hueco; cueva
De oude boom is van binnen hol.
HollandsB2
holandés
Hutspot is een echt Hollands gerecht.
hollenB2
holde · hebben/zijn gehold
correr (coloquial)
De kinderen holden naar het strand.
de homeopathieB2
homeopatía
Over de werking van homeopathie wordt gediscussieerd.
de homoB1
gay, homosexual
Op het werk weet iedereen dat hij homo is.
homoseksueelB2
homosexual
In Nederland mogen homoseksuele stellen trouwen.
de hondA1
perro
De hond moet hier aangelijnd zijn.
de hondenbelastingB2
impuesto sobre perros
Niet elke gemeente heft hondenbelasting.
honderdA1
cien
Dat kost ongeveer honderd euro.
de hongerA1
hambre
Ik heb honger.
de honingA1
miel
Doe wat honing in je thee.
het hoofdA1
cabeza
Mijn hoofd doet pijn.
jefe, responsable
Het hoofd van de afdeling neemt het besluit.
het hoofdartikelB2
editorial
Het hoofdartikel ging over de verkiezingen.
de hoofddoekB1
pañuelo
Zij draagt een blauwe hoofddoek bij haar jas.
het hoofdgerechtA2
plato principal
Het hoofdgerecht was vis met groente.
het hoofdkantoorB2
sede central
Het hoofdkantoor van de bank staat in Amsterdam.

