Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7809 palabras · página 105 de 313

  • hierbijB1

    adjunto, por la presente

    Hierbij stuur ik u mijn cv en motivatiebrief.

  • hiernaB2

    después de esto

    Hierna gaan we samen lunchen in het park.

  • hijgenB2

    hijgde · hebben gehijgd

    jadear

    Na de trap stond hij te hijgen.

  • de hinderB2

    molestia, estorbo

    Door werkzaamheden hebben reizigers hinder op het spoor.

  • hinderenB2

    hinderde · hebben gehinderd

    molestar, estorbar

    Het lawaai van de buren hindert mij bij het studeren.

  • hipB2

    moderno, de moda

    In deze wijk zitten veel hippe cafés.

  • de historicusB2

    historiador

    Een historicus schreef een boek over de stad.

  • de historieB2

    historia (formal)

    Deze stad heeft een rijke historie.

  • historischB2

    histórico

    Het historische centrum van de stad is prachtig.

  • de hitB2

    éxito

    Dit liedje was in de jaren tachtig een grote hit.

  • de hitteB1

    calor intenso

    De hitte was ondraaglijk deze zomer.

  • de hittegolfB1

    ola de calor

    Tijdens de hittegolf werd het veertig graden.

  • de hobbyB1

    afición

    Fotograferen is mijn grootste hobby.

  • de hobbyruimteB1

    sala de aficiones

    Hij heeft een hobbyruimte in de schuur.

  • hoeA1

    cómo

    Hoe gaat het met je?

  • hoe gaat hetB2

    cómo estás

    Hoe gaat het met je moeder?

  • de hoedA2

    sombrero

    In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.

  • de hoedeB2

    en guardia

    Wees op je hoede voor zakkenrollers.

  • de hoekA1

    esquina

    De bakker zit om de hoek.

  • hoelangA1

    cuánto tiempo

    Hoelang woon je al in Nederland?

  • de hoestdrankA2

    jarabe para la tos

    Neem 's avonds wat hoestdrank.

  • hoestenA2

    hoestte · hebben gehoest

    toser

    Het kind hoest de hele nacht.

  • hoeveelA1

    cuánto

    Hoeveel kost dit?

  • de hoeveelheidA2

    cantidad

    Gebruik een kleine hoeveelheid zout.

  • hoevenA2irregular

    hoefde · hoefden · hebben gehoeven

    no hacer falta

    Je hoeft morgen niet naar school te komen.