Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7809 слов · страница 297 из 313

  • de wensA2

    желание

    Mijn grootste wens is een eigen huis.

  • wensenA2

    wenste · hebben gewenst

    желать

    Wij wensen u veel beterschap.

  • de wereldA1

    мир

    Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.

  • het werelderfgoedB2

    всемирное наследие

    Dit gebied staat op de lijst van werelderfgoed.

  • de WereldgezondheidsorganisatieB2

    Всемирная организация здравоохранения

    De Wereldgezondheidsorganisatie adviseerde terughoudendheid.

  • de wereldkampioenB2

    чемпион мира

    Max Verstappen werd voor het eerst wereldkampioen in 2021.

  • het wereldkampioenschapB2

    чемпионат мира

    Het wereldkampioenschap voetbal wordt elke vier jaar gehouden.

  • de wereldoorlogB1

    мировая война

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland bezet.

  • wereldwijdB2

    всемирный; во всём мире

    Het probleem van plastic is wereldwijd bekend.

  • werenB2

    weerde · hebben geweerd

    не допускать, запрещать въезд

    De gemeente wil vervuilende auto's uit het centrum weren.

  • het werkA1

    работа

    Ik ga om acht uur naar mijn werk.

  • de werk-privébalansB2

    баланс работы и личной жизни

    Zijn werk-privébalans is zoek.

  • de werkafspraakA2

    рабочая договорённость

    We maken hierover een werkafspraak.

  • het werkbriefjeA2

    табель рабочего времени

    Lever je werkbriefje op vrijdag in.

  • het werkcollegeB2

    семинарское занятие

    In het werkcollege oefen je in kleine groepen.

  • de werkdagA2

    рабочий день

    Het was een lange werkdag.

  • het werkdocumentB1

    рабочий документ

    Bewaar dit werkdocument goed.

  • de werkdrukB2

    рабочая нагрузка

    De werkdruk in de zorg is hoog.

  • werkelijkB1

    действительно, на самом деле

    Ik weet werkelijk niet wat ik moet doen.

  • de werkelijkheidB1

    действительность, реальность

    In werkelijkheid was het allemaal veel ingewikkelder.

  • werkenA1

    werkte · hebben gewerkt

    работать

    Zij werkt in een ziekenhuis.


    работать, функционировать (об устройстве)

    De lift werkt vandaag niet.

  • de werkervaringB1

    опыт работы

    Voor deze baan is werkervaring vereist.

  • de werkgelegenheidB2

    занятость, рабочие места

    De fabriek zorgt voor veel werkgelegenheid.

  • het werkgelukB1

    счастье на работе

    Werkgeluk hangt niet alleen van het salaris af.

  • de werkgeverA2

    работодатель

    Mijn werkgever betaalt de cursus.