Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

202 слов · страница 1 из 9

  • het haarA1

    волосы

    Zij heeft lang haar.


    её (притяжательное)

    Anna zoekt haar sleutels in haar tas.

  • de haastA2

    спешка

    Ik heb haast, want mijn bus vertrekt zo.

  • zich haastenB1возвратный

    haastte · hebben gehaast

    спешить, торопиться

    Je hoeft je niet te haasten, we hebben tijd.

  • haastigB1

    торопливый, поспешный

    Hij at haastig zijn brood en rende naar buiten.

  • de hagelB2

    град

    De hagel beschadigde de gewassen.

  • de hagelslagA1

    шоколадная посыпка

    Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.

  • halenA1

    haalde · hebben gehaald

    забирать, приносить

    Ik haal even brood.

  • halfA1

    пол-, половинный

    Het is half acht.

  • halloA1

    привет, алло

    Hallo, hoe gaat het?

  • de halteA2

    остановка

    De halte is om de hoek.

  • de hamA1

    ветчина

    Ik neem een boterham met ham.

  • de hamerB2

    молоток

    Sla de spijker met de hamer erin.

  • de handA1

    рука (кисть)

    Was je handen voor het eten.

  • de handdoekA1

    полотенце

    De handdoek hangt in de badkamer.

  • de handelB1

    торговля

    De haven van Rotterdam is belangrijk voor de handel.

  • de handelsbalansB2

    торговый баланс

    Nederland heeft een positieve handelsbalans.

  • de handelsgeestB2

    торговая жилка

    De Nederlandse handelsgeest is spreekwoordelijk.

  • het handelsoverschotB2

    положительное сальдо торговли

    Nederland heeft een groot handelsoverschot.

  • het handelsregisterB2

    торговый реестр

    Elk bedrijf staat in het handelsregister.

  • het handgebaarB2

    жест рукой

    Datzelfde handgebaar betekent elders iets anders.

  • de handhavingB2

    обеспечение соблюдения правил

    Zonder handhaving blijft de regel een papieren tijger.

  • de handhygiëneB2

    гигиена рук

    Goede handhygiëne voorkomt de meeste besmettingen.

  • de handicapB2

    инвалидность

    Met een handicap heb je recht op aanpassingen.

  • handigA1

    удобный, практичный

    Dat is een handige app.

  • de handleidingB2

    руководство

    De handleiding staat online in zes talen.