Словарь
Фильтры1
145 слов · страница 1 из 6
aanbiedenA2отделяемыйнеправильный
bood aan · boden aan · hebben aangeboden
предлагать
Zij bood aan om te helpen.
aandringenB1отделяемыйнеправильный
drong aan · drongen aan · hebben aangedrongen
настаивать
Hij bleef aandringen op een antwoord.
aangevenB1отделяемыйнеправильный
gaf aan · gaven aan · hebben aangegeven
указывать; заявлять (в полицию)
Geef op het formulier aan of u allergieën heeft.
aanhalenB2отделяемый
haalde aan · hebben aangehaald
цитировать, ссылаться
De auteur haalt meerdere onderzoeken aan.
zich aankledenA2отделяемыйвозвратный
kleedde aan · hebben aangekleed
одеваться
Ik kleed me snel aan en ga naar mijn werk.
aankomenA2отделяемыйнеправильный
kwam aan · kwamen aan · zijn aangekomen
прибывать
Wij komen om acht uur aan.
набирать вес, поправляться
Sinds de winter is hij vijf kilo aangekomen.
aankondigenB2отделяемый
kondigde aan · hebben aangekondigd
объявлять
De gemeente kondigde nieuwe regels aan.
zich aanmeldenB1отделяемыйвозвратный
meldde aan · hebben aangemeld
записываться, регистрироваться
U kunt zich online aanmelden.
aannemenB1отделяемыйнеправильный
nam aan · namen aan · hebben aangenomen
нанимать; принимать; предполагать
Het bedrijf neemt dit jaar tien nieuwe mensen aan.
предполагать
Ik neem aan dat je morgen ook komt.
aanpassenA2отделяемый
paste aan · hebben aangepast
изменять, подгонять (что-то)
We passen het rooster aan de vakantie aan.
zich aanpassenвозвратный
приспосабливаться
Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.
aanradenB1отделяемыйнеправильный
raadde aan · raadden aan · hebben aangeraden
советовать
Ik raad je aan om vroeg te komen.
aanrakenA2отделяемый
raakte aan · hebben aangeraakt
трогать
Raak de hete pan niet aan.
aanschuivenB2отделяемыйнеправильный
schoof aan · schoven aan · zijn aangeschoven
присоединиться к столу
Schuif gerust aan, er is genoeg.
zich aansluitenB2отделяемыйвозвратныйнеправильный
sloot aan · sloten aan · hebben aangesloten
присоединяться
Wil je je bij onze groep aansluiten?
aansprekenB1отделяемыйнеправильный
sprak aan · spraken aan · hebben aangesproken
обращаться к, делать замечание
Ik durfde hem er niet op aan te spreken.
aansturenB1отделяемый
stuurde aan · hebben aangestuurd
руководить
Zij stuurt een team van acht mensen aan.
aantonenB2отделяемый
toonde aan · hebben aangetoond
доказывать, демонстрировать
Het onderzoek toont aan dat de aanpak werkt.
aanvoelenB2отделяемый
voelde aan · hebben aangevoeld
чувствовать интуитивно
Zij voelde meteen aan dat er iets mis was.
aanvragenB1отделяемыйнеправильный
vroeg aan · vroegen aan · hebben aangevraagd
подавать заявление на
Je kunt de toeslag online aanvragen.
aanvullenB1отделяемый
vulde aan · hebben aangevuld
дополнять
Wil iemand dat nog aanvullen?
afbouwenB2отделяемый
bouwde af · hebben afgebouwd
постепенно сокращать
Hij bouwt zijn uren langzaam af.
afdingenB2отделяемыйнеправильный
dong af · dongen af · hebben afgedongen
торговаться
Op een markt mag je afdingen.
afleidenB2отделяемый
leidde af · hebben afgeleid
выводить, заключать
Uit de tekst kun je afleiden dat hij twijfelt.
aflopenB1отделяемыйнеправильный
liep af · liepen af · zijn afgelopen
заканчиваться, истекать
Mijn paspoort gaat volgende maand aflopen.
aflossenB1отделяемый
loste af · hebben afgelost
погашать (долг)
We lossen de lening in tien jaar af.

