Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

158 слов · страница 1 из 7

  • het e-boekB2

    электронная книга

    Het e-boek is goedkoper dan de papieren versie.

  • de e-learningB2

    электронное обучение

    Het bedrijf gebruikt e-learning voor bijscholing.

  • het e-mailberichtB1

    электронное письмо

    Ik stuurde een e-mailbericht naar de gemeente.

  • het e-mailverkeerB2

    электронная переписка

    Het hele e-mailverkeer is opgeslagen.

  • de ebB2

    отлив

    Bij eb kun je naar het eiland lopen.

  • de echoB2

    эхо

    In de lege zaal hoorde je de echo van zijn stem.


    УЗИ

    Bij twintig weken volgt een echo.

  • echtA1

    настоящий, действительно

    Is dat echt waar?

  • echterB2

    однако

    Het plan is goed; het is echter te duur.

  • de echtgenootA1

    супруг

    Haar echtgenoot werkt in het buitenland.

  • de echtscheidingB2

    развод

    Na de echtscheiding bleef het contact goed.

  • ecologischB2

    экологический

    De ecologische voetafdruk verschilt sterk per land.

  • de economieA2

    экономика

    De economie groeide licht dit kwartaal.

  • economischA2

    экономический

    De economische situatie is onzeker.

  • economisch herstelB2

    экономическое восстановление

    Het economisch herstel verloopt langzaam.

  • economische crisisB2

    экономический кризис

    Tijdens de economische crisis daalde de koopkracht sterk.

  • economische impactB2

    экономический эффект

    De economische impact van de maatregel is onderzocht.

  • economische zelfstandigheidB2

    экономическая самостоятельность

    Werk vergroot de economische zelfstandigheid.

  • het ecosysteemB2

    экосистема

    Het ecosysteem raakt uit balans.

  • het eczeemB2

    экзема

    Het eczeem komt in de winter terug.

  • de editieB2

    выпуск, издание

    Dit is de tiende editie van het festival.

  • de eendB2

    утка

    De eenden zwemmen in de gracht.

  • de eenheidB2

    единство; единица

    Na het conflict zocht het land naar eenheid.

  • eenmaalB1

    однажды; (nu eenmaal) так уж

    Het is nu eenmaal zo, daar kunnen we niets aan doen.

  • het eenoudergezinB2

    неполная семья

    Een eenoudergezin heeft vaker een laag inkomen.

  • eensA2

    как-нибудь; (смягчающая частица)

    Kom eens langs als je tijd hebt.