Словарь
235 слов · страница 1 из 10
taakA2
задача
Dat is niet mijn taak.
taakinhoudB1
содержание работы
De taakinhoud verandert vanaf januari.
taakomschrijvingA2
описание обязанностей
Dat staat niet in mijn taakomschrijving.
taakstellingB1
поставленная задача
De taakstelling voor dit jaar is ambitieus.
taakstrafB2
исправительные работы
Hij kreeg een taakstraf van veertig uur.
taakuitvoeringB2
выполнение задач
De taakuitvoering wordt steekproefsgewijs gecontroleerd.
taakverantwoordelijkheidB1
ответственность за задачу
Iedereen kent zijn eigen taakverantwoordelijkheid.
taakverdelingB1
распределение обязанностей
We maken een duidelijke taakverdeling.
taalA1
язык
Nederlands is een moeilijke taal.
taalachterstandB2
отставание в языке
Een taalachterstand haal je met extra les vaak in.
taalbeheersingB2
владение языком
Zijn taalbeheersing is bijna moedertaalniveau.
taalcoachB2
языковой наставник
Een vrijwillige taalcoach oefent wekelijks met haar.
taalcursusB1
языковой курс
Ik volg een taalcursus in het buurthuis.
taaleisB1
языковое требование
Er geldt een taaleis van niveau B1.
taalexamenB1
языковой экзамен
Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.
taalfoutB1
языковая ошибка
In je brief staan een paar taalfouten.
taalgebruikB2
речевое употребление, стиль речи
Het taalgebruik in de brief is te informeel.
taalgevoelB1
языковое чутьё
Na een jaar krijg je meer taalgevoel.
taallesA2
урок языка
Ik heb twee keer per week taalles.
taalniveauB1
уровень языка
Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.
taalnuanceB2
языковой нюанс
Taalnuances zijn lastig voor gevorderden.
taalondersteuningB1
языковая поддержка
Er is taalondersteuning voor nieuwkomers.
taalportfolioB1
языковое портфолио
In je taalportfolio verzamel je je resultaten.
taalregisterB2
языковой регистр
Kies het juiste taalregister voor je publiek.
taalstageB2
языковая стажировка
Tijdens de taalstage werk je mee op een afdeling.

