Словарь
198 слов · страница 1 из 8
de laadinfrastructuurB2
зарядная инфраструктура
De laadinfrastructuur groeit sneller dan verwacht.
de laadpaalB1
зарядная станция
Bij het station staan laadpalen voor elektrische auto's.
laagA1
низкий
De prijs is nu laag.
de laag
слой
Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.
de laagconjunctuurB2
экономический спад
Bij laagconjunctuur stellen bedrijven investeringen uit.
de laaggeletterdheidB2
функциональная неграмотность
Laaggeletterdheid komt ook onder Nederlanders voor.
laatA1
поздно
Sorry dat ik te laat ben.
laatsteA1
последний
Dit is de laatste bus.
het laboratoriumB2
лаборатория
De proeven vinden plaats in het laboratorium.
lachenA1неправильный
lachte · lachten · hebben gelachen
смеяться
We hebben veel gelachen.
de lactose-intolerantieB2
непереносимость лактозы
Bij lactose-intolerantie kies je plantaardige melk.
de ladderB2
лестница-стремянка
Zet de ladder stevig neer.
het lakenA1
простыня
De lakens moeten in de was.
de lampA1
лампа
De lamp in de gang is kapot.
het landA1
страна
Uit welk land kom je?
de landbouwB2
сельское хозяйство
De landbouw staat onder druk door milieuregels.
de landbouwgrondB1
сельхозземля
Een deel van de landbouwgrond wordt natuurgebied.
landelijkB2
общенациональный; сельский
Er is een landelijke staking van leraren.
het landsbestuurB2
государственное управление
Het landsbestuur is verdeeld over meerdere lagen.
het landschapB1
пейзаж
Het Nederlandse landschap is erg vlak.
langA1
долго, длинный
Het duurt niet lang.
lang niet gezienB2
давно не виделись
Hé, lang niet gezien!
langsA2
вдоль; мимо
We fietsen langs de rivier naar het centrum.
langskomenA2отделяемыйнеправильный
kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen
заходить, заглядывать
Kom je vanavond even langs?
langzaamA1
медленный
Kunt u wat langzamer praten?
de laptopA1
ноутбук
Thuis werk ik het liefst op mijn laptop.

