Словарь
7809 слов · страница 296 из 313
het wegverkeerB1
автомобильное движение
Het wegverkeer neemt elk jaar toe.
de wegwerkzaamhedenB1
дорожные работы
Er zijn wegwerkzaamheden op de A2.
de wegwijzerB1
указатель
Volg de wegwijzers naar het centrum.
de weiB2
выгон, луг
In de lente gaan de koeien weer de wei in.
weigerenB1
weigerde · hebben geweigerd
отказываться
Hij weigerde het voorstel.
het weilandB2
луг, пастбище
In het weiland staan koeien.
weinigA1
мало
Ik heb weinig tijd.
wekelijksA1
еженедельно
De les is wekelijks op dinsdag.
wekkenB2
wekte · hebben gewekt
будить; вызывать
Wil je me om zeven uur wekken?
welA1
же, всё-таки (утвердит. частица)
Ik heb geen auto, maar wel een fiets.
weleensA2
когда-нибудь; иногда
Ben jij weleens in Maastricht geweest?
weliswaarB1
хотя и, правда
Het is weliswaar duur, maar het werkt.
welkeA1
какой
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
добро пожаловать
Welkom bij ons thuis!
wellichtB1
возможно
Wellicht kunnen we een andere datum kiezen.
welsprekendB2
красноречивый
Zij is een welsprekend spreker.
de welvaartB1
благосостояние
Nederland kent een hoge welvaart.
het welvaartsniveauB2
уровень благосостояния
Het welvaartsniveau is hier hoog.
de welvaartsverdelingB2
распределение благосостояния
De welvaartsverdeling is een politiek strijdpunt.
welwillendB2
благожелательный
De directie stond welwillend tegenover het voorstel.
het welzijnB2
благополучие
Het welzijn van werknemers krijgt meer aandacht.
wendenB2
wendde · hebben gewend
обращаться (к); поворачивать
Met vragen kunt u zich wenden tot de balie.
de wenkbrauwB2
бровь
Hij trok verbaasd zijn wenkbrauwen op.
wenkenB2
wenkte · hebben gewenkt
подзывать жестом
De ober wenkte ons naar een tafel bij het raam.
wennenA2
wende · zijn gewend
привыкать
Ik moet nog wennen aan het Nederlandse weer.

