Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7085 palabras · página 97 de 284

  • de hobbyB1

    afición

    Fotograferen is mijn grootste hobby.

  • de hobbyruimteB1

    sala de aficiones

    Hij heeft een hobbyruimte in de schuur.

  • hoeA1

    cómo

    Hoe gaat het met je?

  • hoe gaat hetB2

    cómo estás

    Hoe gaat het met je moeder?

  • de hoedA2

    sombrero

    In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.

  • de hoekA1

    esquina

    De bakker zit om de hoek.

  • hoelangA1

    cuánto tiempo

    Hoelang woon je al in Nederland?

  • de hoestdrankA2

    jarabe para la tos

    Neem 's avonds wat hoestdrank.

  • hoestenA2

    hoestte · hebben gehoest

    toser

    Het kind hoest de hele nacht.

  • hoeveelA1

    cuánto

    Hoeveel kost dit?

  • de hoeveelheidA2

    cantidad

    Gebruik een kleine hoeveelheid zout.

  • hoevenA2irregular

    hoefde · hoefden · hebben gehoeven

    no hacer falta

    Je hoeft morgen niet naar school te komen.

  • hoeverreB1

    en qué medida

    In hoeverre bent u tevreden over onze service?

  • hoewelA2

    aunque

    Hoewel het regende, gingen we toch.

  • hoezoA2

    ¿por qué?, ¿cómo que?

    Hoezo kun je morgen niet komen, ben je ziek?

  • het hofB1

    tribunal, corte

    De zaak komt volgende maand voor het hof.

  • de hoffelijkheidB2

    cortesía

    Hoffelijkheid kost niets.

  • hoger beroepB2

    recurso de apelación

    Zij ging in hoger beroep.

  • de hogeschoolB1

    escuela superior (universidad aplicada)

    Na het mbo wil ze naar de hogeschool.

  • hoiA1

    hola

    Hoi, hoe is het?

  • holB1

    hueco; cueva

    De oude boom is van binnen hol.

  • de homeopathieB2

    homeopatía

    Over de werking van homeopathie wordt gediscussieerd.

  • de homoB1

    gay, homosexual

    Op het werk weet iedereen dat hij homo is.

  • homoseksueelB2

    homosexual

    In Nederland mogen homoseksuele stellen trouwen.

  • de hondA1

    perro

    De hond moet hier aangelijnd zijn.