Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7085 palabras · página 94 de 284

  • de havenarbeiderB2

    estibador

    De havenarbeiders legden het werk neer.

  • de havenmondB2

    bocana del puerto

    Bij de havenmond is het altijd druk.

  • het hboB1

    educación superior profesional

    Na het mbo wil ze een opleiding op het hbo volgen.

  • hebbenA1irregular

    had · hadden · hebben gehad

    tener

    Wij hebben twee kinderen.


    (auxiliar del pretérito perfecto: haber)

    Ik heb de brief gisteren al geschreven.

  • hechtB2

    unido; firme

    Wij zijn een hecht gezin en zien elkaar vaak.

  • hechtenB1

    hechtte · hebben gehecht

    dar (importancia); apegarse

    Wij hechten veel waarde aan een goede samenwerking.

  • de hechtingB2

    punto de sutura

    De hechtingen mogen er volgende week uit.

  • het hedenB1

    presente, actualidad

    Het museum laat de stad zien van vroeger tot heden.

  • hedendaagsB2

    contemporáneo

    Het museum toont hedendaagse kunst uit Afrika.

  • heelA1

    muy; entero

    Het is heel warm vandaag.

  • het heelalB2

    universo

    Het heelal blijft uitdijen.

  • heenA2

    ida (ida y vuelta)

    Ik heb een kaartje heen en terug gekocht.

  • de heerA2

    caballero, señor (formal)

    Geachte heer, hierbij reageer ik op uw advertentie.

  • heerlijkA2

    delicioso

    De soep van mijn moeder smaakt heerlijk.

  • heersenB1

    heerste · hebben geheerst

    reinar, imperar

    In de stad heerste na de wedstrijd een feestelijke sfeer.

  • heetA2

    muy caliente

    Pas op, de thee is nog heel heet.

  • de heffingskortingB2

    deducción fiscal general

    Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting.

  • heftigB2

    intenso, fuerte

    Het gesprek met mijn baas was best heftig.

  • de heftruckB2

    carretilla elevadora

    Voor de heftruck heb je een certificaat nodig.

  • de heideB2

    brezal

    Op de heide bloeit in augustus de heidestruik.

  • het heimweeB2

    nostalgia del hogar

    In het begin had zij veel heimwee.

  • het hekA1

    valla, verja

    Doe het hek achter je dicht.

  • hekelenB1

    hekelde · hebben gehekeld

    criticar duramente

    De columnist hekelt de hoge prijzen in de zorg.

  • helaasA2

    por desgracia

    Helaas kan ik niet komen.

  • de heldB1

    héroe

    De brandweerman is een echte held voor de kinderen.