Vocabulario
5480 palabras · página 40 de 220
het dagbladB2
diario
Het dagblad verschijnt zes keer per week.
het dagelijksA1
diariamente
Ik oefen dagelijks een half uur.
het dakA2
tejado
Het dak lekt bij zware regen.
de dakconstructieB2
estructura del tejado
De dakconstructie moet vernieuwd worden.
de dakloosheidB2
sinhogarismo
Dakloosheid neemt ook onder jongeren toe.
het dalB2
valle
In het dal is het warmer.
dalenB1
daalde · zijn gedaald
bajar, descender
De prijs van benzine is deze maand gedaald.
de dalingB2
descenso
Na de piek volgde een scherpe daling.
de dameA2
dama, señora
De dame achter de balie helpt u graag verder.
danA1
entonces, luego
Eerst eten, dan afwassen.
dankbaarB2
agradecido
Ik ben je heel dankbaar voor je hulp.
de dankbaarheidB2
gratitud
Hij sprak zijn dankbaarheid uit.
dankenB1
dankte · hebben gedankt
agradecer; deber (a)
Ik wil iedereen danken voor de hulp bij de verhuizing.
dankjewelA1
gracias
Dankjewel voor je hulp.
dankzijB1
gracias a
Dankzij jouw hulp heb ik het examen gehaald.
de dansA2
baile
Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.
dansenA2
danste · hebben gedanst
bailar
Op het feest werd er gedanst.
de darmB2
intestino
Vezels zijn goed voor de darmen.
datA1
que (conjunción)
Ik denk dat de trein vandaag later komt.
dat is waarB2
eso es cierto
Dat is waar, daar had ik niet aan gedacht.
dat kloptB2
eso es correcto
Dat klopt, ik heb het zelf gezien.
dat valt te bezienB2
eso está por ver
Of dat werkt, dat valt te bezien.
de databundelB2
paquete de datos
Mijn databundel is halverwege de maand op.
het datalekB2
filtración de datos
Na het datalek moesten alle wachtwoorden gewijzigd worden.
de dataverzamelingB2
recogida de datos
De dataverzameling duurde zes maanden.

