Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

5480 palabras · página 37 de 220

  • het concertB1

    concierto

    Het concert begint om acht uur.

  • de concertagendaB2

    agenda de conciertos

    Kijk in de concertagenda wat er speelt.

  • de concertzaalB2

    sala de conciertos

    De concertzaal is uitstekend qua akoestiek.

  • concluderenB2

    concludeerde · hebben geconcludeerd

    concluir

    Daaruit kunnen we concluderen dat het beleid werkt.

  • de conclusieA2

    conclusión

    Wat is jouw conclusie?

  • de concurrentieB2

    competencia (entre empresas)

    De concurrentie in deze sector is hevig.

  • het concurrentiebedingB2

    cláusula de no competencia

    Het concurrentiebeding geldt twee jaar.

  • de concurrentiepositieB2

    posición competitiva

    De concurrentiepositie van het bedrijf verzwakt.

  • de condoleanceB2

    pésame

    De condoleance is voorafgaand aan de dienst.

  • de conducteurA2

    revisor

    De conducteur controleerde de kaartjes.

  • het conflictA2

    conflicto

    Het conflict liep hoog op.

  • de conjunctuurB2

    coyuntura económica

    De conjunctuur zwakt dit jaar af.

  • de connotatieB2

    connotación

    Dat woord heeft een negatieve connotatie.

  • de conservatorB2

    conservador de museo

    De conservator koos de werken uit.

  • constaterenB2

    constateerde · hebben geconstateerd

    observar, comprobar

    De arts constateerde een lichte ontsteking.

  • het consultB1

    consulta

    Een consult duurt ongeveer tien minuten.

  • het consultatiebureauA2

    centro de salud infantil

    Op het consultatiebureau wordt je kind gewogen.

  • de consumentB2

    consumidor

    De consument betaalt uiteindelijk de rekening.

  • de consumentenbondB2

    asociación de consumidores

    De consumentenbond testte tien modellen.

  • het consumentenrechtB2

    derecho del consumidor

    Het consumentenrecht beschermt je bij een miskoop.

  • het consumentenvertrouwenB2

    confianza del consumidor

    Het consumentenvertrouwen is licht gestegen.

  • de consumptieB2

    consumo

    De consumptie van huishoudens daalde licht.

  • het consumptiegoedB2

    bien de consumo

    Consumptiegoederen zijn sneller duurder geworden dan diensten.

  • het contactA1

    contacto

    Ik heb nog geen contact met hem gehad.

  • het contactformulierB1

    formulario de contacto

    Vul het contactformulier op de website in.