Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

5480 palabras · página 34 de 220

  • de caoB2

    convenio colectivo

    De lonen zijn vastgelegd in de cao.

  • de capsuleB2

    cápsula

    De capsule mag je niet openmaken.

  • de cardioloogB2

    cardiólogo

    De cardioloog bekeek het hartfilmpje.

  • de carrièreB1

    carrera profesional

    Zij wil een carrière in de zorg opbouwen.

  • de cassatieB2

    casación

    In cassatie wordt alleen naar het recht gekeken.

  • de catalogusB2

    catálogo

    Zoek de titel in de catalogus.

  • de categorieB1

    categoría

    In welke categorie valt dit product?

  • de cdA2

    CD, disco compacto

    Mijn vader luistert in de auto nog naar een cd.

  • de celB2

    célula; celda

    Het menselijk lichaam bestaat uit miljarden cellen.

  • de celstrafB2

    pena de prisión

    De rechter legde een celstraf op.

  • het cementB2

    cemento

    Er is nog een zak cement over.

  • de censuurB2

    censura

    In dat land bestaat censuur op de pers.

  • centraalB1

    central

    Het hotel ligt centraal, vlak bij het station.

  • het centrumA1

    centro (de la ciudad)

    Ik woon tien minuten van het centrum.

  • het certificaatB1

    certificado

    Na de cursus krijg je een certificaat.

  • de certificeringB2

    certificación

    De certificering wordt jaarlijks getoetst.

  • de cesuurB2

    umbral de aprobado

    De cesuur ligt dit jaar bij 60 procent.

  • de champignonA1

    champiñón

    In de saus zitten champignons.

  • de chauffeurA2

    conductor

    Vraag het even aan de chauffeur.

  • de chefB1

    jefe (en el trabajo)

    Mijn chef vindt het goed dat ik eerder ga.


    chef, jefe de cocina

    De chef van het restaurant maakt zelf de soep.

  • chemische reactieB2

    reacción química

    Bij deze chemische reactie komt warmte vrij.

  • chippenB2

    chipte · hebben gechipt

    poner el microchip

    Elke hond moet gechipt zijn.

  • de chirurgB2

    cirujano

    De chirurg legde de ingreep uit.

  • de chocoladeA1

    chocolate

    Zij houdt van donkere chocolade.

  • chronischB2

    crónico

    Zij heeft een chronische aandoening.