Vocabulario
5480 palabras · página 30 de 220
de bouwB1
construcción
Mijn broer werkt al twintig jaar in de bouw.
bouwenA2
bouwde · hebben gebouwd
construir
Hier gaan ze honderd nieuwe woningen bouwen.
de bouwsectorB2
sector de la construcción
In de bouwsector is een groot personeelstekort.
de bouwtekeningB2
plano de obra
Op de bouwtekening staat alles ingetekend.
bovenA1
arriba
De slaapkamers zijn boven.
bovendienA2
además
Het is duur en bovendien ver weg.
bradenB2irregular
braadde · braadden · hebben gebraden
asar, dorar
Braad het vlees kort aan.
de brainstormsessieB2
sesión de lluvia de ideas
De brainstormsessie leverde twintig ideeën op.
de brandA2
incendio
Bij brand moet je direct 112 bellen.
brandalarmB2
alarma de incendios
Bij brandalarm verlaat u direct het gebouw.
de brandnetelB2
ortiga
Pas op voor de brandnetels.
de brandstofprijsB2
precio del combustible
De brandstofprijzen schommelen sterk.
de brandwondB2
quemadura
Koel een brandwond meteen met lauw water.
breedA1
ancho
Dit is een brede straat.
de breedtesportB2
deporte de base
Er gaat te weinig geld naar de breedtesport.
breekbaarB2
frágil
Let op: breekbaar.
brekenA2irregular
brak · braken · hebben/zijn gebroken
romper
Ze is gevallen en heeft haar arm gebroken.
brengenA1irregular
bracht · brachten · hebben gebracht
llevar, traer
Ik breng de kinderen naar school.
de breukB2
fractura
De foto liet een breuk in de pols zien.
de briefA1
carta
Ik heb een brief van de gemeente gekregen.
het briefhoofdB2
membrete
In het briefhoofd staan naam en adres.
de briefkaartB1
postal
Ik stuurde een briefkaart uit Spanje.
de briefwisselingB1
correspondencia
De briefwisseling met de gemeente duurde maanden.
de brievenbusA1
buzón
Er zit post in de brievenbus.
de brilA1
gafas
Zonder bril zie ik niets.

