Vocabulario
5480 palabras · página 27 de 220
de biologieB2
biología
Bij biologie leerden we hoe cellen werken.
biologischA2
biológico, orgánico
Deze groente is biologisch geteeld.
de biopsieB2
biopsia
De uitslag van de biopsie duurt een week.
de bioscoopB1
cine
We gaan vanavond naar de bioscoop.
de biotoopB2
biotopo
De sloot vormt een eigen biotoop.
bitterA2
amargo
Zwarte koffie smaakt bitter.
de blaasB2
vejiga
Bij een ontsteking van de blaas moet je veel water drinken.
het bladgroenB2
clorofila
Bladgroen geeft planten hun kleur.
de bladzijdeB2
página
Het citaat staat op bladzijde twaalf.
blauwA1
azul
De lucht is vandaag blauw.
de blessureA2
lesión (deportiva)
Door een blessure kan hij niet sporten.
blijA1
contento
Ik ben blij met het resultaat.
blijkbaarB2
por lo visto
Blijkbaar was de brief nooit aangekomen.
blijkenB1irregular
bleek · bleken · zijn gebleken
resultar
Het bleek dat niemand de sleutel had.
blijmoedigB2
animoso
Zij bleef blijmoedig onder alle tegenslag.
blijvenA1irregular
bleef · bleven · zijn gebleven
quedarse
Blijf je vanavond eten?
blikA2
mirada
Aan zijn blik zag ik dat hij loog.
het blikjeA2
lata
In de koelkast staat nog een blikje.
het bloedA2
sangre
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
de bloeddrukA2
tensión arterial
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
het bloedonderzoekB1
análisis de sangre
Het bloedonderzoek liet niets bijzonders zien.
de bloedsomloopB2
circulación sanguínea
Wandelen is goed voor de bloedsomloop.
de bloeiperiodeB2
período de floración
De bloeiperiode duurt tot in juli.
de bloemB1
flor
Ik heb bloemen voor haar gekocht.
harina
Voor dit brood heb je vijfhonderd gram bloem nodig.
de bloemkoolA1
coliflor
Vanavond eten we bloemkool.

