Vocabulario
6551 palabras · página 260 de 263
de zondagA1
domingo
Zondag zijn veel winkels dicht.
zonderA1
sin
Koffie zonder suiker, alstublieft.
de zoneB1
zona (delimitada)
In deze zone mag je maar dertig kilometer per uur rijden.
het zonlichtB1
luz solar
De kamer krijgt veel zonlicht.
de zonne-energieB1
energía solar
Wij wekken zelf zonne-energie op.
het zonnepaneelB2
panel solar
Steeds meer huizen hebben zonnepanelen.
het zonneparkB2
parque solar
Het zonnepark ligt naast de snelweg.
zonnigA2
soleado
Morgen wordt het zonnig en warm weer.
de zonsondergangB1
puesta de sol
We keken naar de zonsondergang op het strand.
de zonsopgangB1
amanecer
In de zomer is de zonsopgang heel vroeg.
de zonurenB2
horas de sol
Deze maand telde weinig zonuren.
de zonweringB2
protección solar
Met zonwering blijft het binnen koel.
het zoogdierB2
mamífero
De vleermuis is het enige vliegende zoogdier.
de zoomB2
dobladillo
De zoom van de broek is te lang.
zoomenB1
zoomde · hebben gezoomd
hacer zoom
Je kunt op de kaart zoomen om de straat te zien.
de zoonA1
hijo
Hun zoon gaat naar school.
de zorgA2
cuidado, atención (sanitaria)
De zorg in Nederland is goed geregeld.
preocupación
Maak je geen zorgen, het komt wel goed.
zorgenA2
zorgde · hebben gezorgd
encargarse; cuidar
Ik zorg dat het op tijd klaar is.
de zorgethiekB2
ética del cuidado
Zorgethiek gaat over wat goede zorg is.
de zorgindicatieB1
valoración de necesidad de cuidados
Voor thuiszorg heb je een zorgindicatie nodig.
de zorginnovatieB2
innovación sanitaria
Zorginnovatie kan personeelstekorten verlichten.
de zorgketenB2
cadena asistencial
De zorgketen loopt van huisarts tot specialist.
de zorgkostenB2
costes sanitarios
De zorgkosten stijgen elk jaar.
de zorgkwaliteitB2
calidad asistencial
De zorgkwaliteit wordt jaarlijks getoetst.
de zorgmedewerkerB1
trabajador asistencial
De zorgmedewerker komt twee keer per dag.

