Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

5480 palabras · página 25 de 220

  • de bezienswaardigheidB1

    lugar de interés

    De grachten zijn de bekendste bezienswaardigheid.

  • bezigA1

    ocupado (haciendo algo)

    Ik ben nu even bezig.

  • zich bezighoudenB1separablereflexivoirregular

    hield bezig · hielden bezig · hebben beziggehouden

    ocuparse de, dedicarse a

    Zij houdt zich bezig met vrijwilligerswerk.

  • bezittenB2irregular

    bezat · bezaten · hebben bezeten

    poseer

    Mijn ouders bezitten een klein huis aan zee.

  • het bezoekA1

    visita

    We krijgen vanavond bezoek.

  • bezoekenA2irregular

    bezocht · bezochten · hebben bezocht

    visitar

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • de bezoekerA2

    visitante

    Elke bezoeker krijgt bij de ingang een plattegrond.

  • het bezoekuurA2

    horario de visitas

    Het bezoekuur is van twee tot vier.

  • bezorgdB2

    preocupado

    Ik ben bezorgd over zijn gezondheid.

  • de bezorgdheidB2

    preocupación

    Er is bezorgdheid over de gevolgen.

  • de bezorgdienstB2

    servicio de reparto

    De bezorgdienst komt tussen vier en zes.

  • bezorgenA2

    bezorgde · hebben bezorgd

    entregar

    Ze bezorgen het pakket morgen.

  • de bezorgkostenA2

    gastos de envío

    Boven de dertig euro betaal je geen bezorgkosten.

  • de bezuinigingB2

    recorte presupuestario

    De bezuinigingen treffen vooral het onderwijs.

  • het bezwaarschriftB1

    escrito de alegaciones

    U kunt binnen zes weken een bezwaarschrift indienen.

  • de bezwaartermijnB2

    plazo de recurso

    De bezwaartermijn is zes weken.

  • de bibliografieB2

    bibliografía

    De bibliografie beslaat tien pagina's.

  • de bibliotheekA2

    biblioteca

    De bibliotheek is op zondag gesloten.

  • de bibliotheekpasB2

    carné de biblioteca

    Zonder bibliotheekpas kun je niets lenen.

  • biddenB1irregular

    bad · baden · hebben gebeden

    rezar

    Mijn grootmoeder bidt elke avond voor het slapen.

  • biedenB1irregular

    bood · boden · hebben geboden

    ofrecer, brindar

    De gemeente biedt hulp bij het zoeken naar werk.

  • het bierA2

    cerveza

    Op het terras drinkt hij een glas bier.

  • bijA1

    en casa de, cerca de

    Ik ben bij de dokter.

  • de bijbaanA2

    trabajo secundario

    Naast mijn studie heb ik een bijbaan.

  • de bijdrageA2

    aportación

    Iedereen betaalt een eigen bijdrage.