Vocabulario
7085 palabras · página 223 de 284
tellenA1
telde · hebben geteld
contar (números)
Kun je tot tien tellen in het Nederlands?
contar, valer
Deze oefening telt niet mee voor je eindcijfer.
de temperatuurB1
temperatura
De temperatuur daalt vannacht.
de temperatuurstijgingB1
aumento de temperatura
De temperatuurstijging is duidelijk zichtbaar.
het temperatuurverloopB2
evolución de la temperatura
Het temperatuurverloop staat in de grafiek.
het tempoB1
velocidad, ritmo
Het tempo van de cursus ligt hoog.
ten behoeve vanB2
a efectos de
Dit formulier is ten behoeve van de aanvraag.
ten eersteB2
en primer lugar
Ten eerste is het te duur.
ten opzichte vanB2
frente a, en relación con
Ten opzichte van vorig jaar is er weinig veranderd.
ten slotteB2
por último
Ten slotte wil ik iedereen bedanken.
tengerB2
menudo
Zij is tenger gebouwd.
tenminsteB1
al menos
Hij komt morgen, tenminste dat zegt hij.
het tennisA2
tenis
Op woensdag speel ik tennis met mijn zus.
tenslotteB1
al fin y al cabo
Wees niet boos, hij is tenslotte nog maar een kind.
de tentA2
tienda de campaña
We slapen deze zomer in een tent op de camping.
het tentamenB2
examen universitario
Het tentamen is over drie weken.
de tentoonstellingB1
exposición
In het museum is een nieuwe tentoonstelling.
tenzijB1
a menos que
Wij gaan door, tenzij u bezwaar maakt.
terechtB1
justificado, con razón
Je klacht is terecht, we lossen het meteen op.
terechtkomenB1separableirregular
kwam terecht · kwamen terecht · zijn terechtgekomen
ir a parar
Mijn brief is bij de verkeerde buren terechtgekomen.
het terloopsB2
de pasada
Hij noemde het terloops in het gesprek.
de termB2
término
Wat betekent deze term in de economie?
de termijnB1
plazo
Je kunt in termijnen betalen.
het termijnbedragB2
importe del plazo
Het termijnbedrag gaat in januari omhoog.
terneergeslagenB2
abatido
Hij zat terneergeslagen in de wachtkamer.
het terrasB1
terraza
Bij mooi weer zitten we op het terras.

