Vocabulario
5480 palabras · página 219 de 220
de zorgverzekeringA2
seguro médico
Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.
de zorgvraagB2
demanda asistencial
De zorgvraag stijgt door de vergrijzing.
zorgvuldigB2
cuidadoso
Zij werkt langzaam maar zorgvuldig.
zorgwekkendB2
preocupante
Zijn toestand is zorgwekkend.
het zoutA1
sal
Er zit te veel zout in.
salado
De soep is me veel te zout.
het zoutgehalteB2
contenido de sal
Het zoutgehalte in kant-en-klaarmaaltijden is hoog.
zoveelA2
tanto
Ik heb nog nooit zoveel sneeuw gezien.
zoverB1
listo; hasta ese punto
Ben je zover, kunnen we vertrekken?
zowelB1
tanto … como
Zowel mijn broer als mijn zus woont in Utrecht.
zuchtenB2
zuchtte · hebben gezucht
suspirar
Hij zuchtte diep en zei niets.
het zuidenA2
sur
In het zuiden van Nederland is het vaak warmer.
de zuigelingB2
lactante
Een zuigeling slaapt het grootste deel van de dag.
zulkB1
tal, tan
Zulk mooi weer hebben we lang niet gehad.
zullenA1irregular
zou · zouden
ir a (futuro)
Zullen we koffie drinken?
de zusA1
hermana
Ik bel mijn zus elke week.
zuurA2
agrio
De melk is zuur geworden.
de zwaanB2
cisne
De zwaan verdedigt haar jongen.
zwaarA2
pesado
Deze koffer is te zwaar voor het vliegtuig.
de zwaartekrachtB2
gravedad
Zonder zwaartekracht zweeft alles.
de zwagerA1
cuñado
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
débil
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
embarazada
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
de zwangerschapB2
embarazo
Tijdens de zwangerschap ging zij minder werken.
zwartA1
negro
Hij heeft zwarte schoenen aan.
en negro, sin declarar (trabajo)
Zwart werken kan een hoge boete opleveren.
het zwembadB1
piscina
Het zwembad is op maandag gesloten.

