Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

5480 palabras · página 213 de 220

  • de woonruimteA2

    espacio habitable

    Woonruimte is in deze stad schaars.

  • het woordA1

    palabra

    Ik ken dit woord nog niet.

  • het woordenboekA2

    diccionario

    Zoek het woord op in het woordenboek.

  • de woordenschatB2

    vocabulario

    Voor B2 heb je een brede woordenschat nodig.

  • het woordgebruikB2

    uso del léxico

    Zijn woordgebruik is opvallend formeel.

  • de woordgrapB2

    juego de palabras

    Een woordgrap is bijna niet te vertalen.

  • de woordkeuzeB1

    elección de palabras

    Let op je woordkeuze in een formele brief.

  • de woordvoerderB2

    portavoz

    De woordvoerder gaf geen commentaar.

  • de woordvolgordeB2

    orden de las palabras

    In een bijzin verandert de woordvolgorde.

  • wordenA1irregular

    werd · werden · zijn geworden

    llegar a ser

    Hij wil dokter worden.


    (auxiliar de la voz pasiva: ser)

    De brief wordt morgen verstuurd.

  • de workshopB1

    taller

    Ik volg zaterdag een workshop over solliciteren.

  • de worstA1

    salchicha

    Bij de slager kocht ik worst.

  • de wortelA1

    zanahoria

    Doe de wortels in de soep.


    raíz

    De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.

  • de wrokB2

    rencor

    Zij koestert geen wrok tegen haar oude werkgever.

  • de yoghurtA1

    yogur

    Ik eet yoghurt bij het ontbijt.

  • de zaagB2

    sierra

    Met deze zaag gaat het sneller.

  • zaaienB2

    zaaide · hebben gezaaid

    sembrar

    In maart kun je al zaaien.

  • het zaaigoedB2

    semilla para siembra

    Het zaaigoed komt uit eigen oogst.

  • de zaakB1

    negocio; asunto

    Mijn oom heeft een eigen zaak in het centrum.

  • zachtA1

    blando, suave

    Dit kussen is lekker zacht.


    bajo, suave (de sonido)

    Praat wat zachter, de kinderen slapen al.

  • de zakA1

    bolsillo; bolsa

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • zakkenB1

    zakte · zijn gezakt

    suspender

    Hij is helaas gezakt voor het examen.


    de zakken

    bolsas, sacos (plural de zak)

    Hij zet de zakken met oud papier bij de container.

  • de zalfA2

    pomada

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • de zalmB2

    salmón

    Zalm trekt de rivier op om te paaien.

  • de zandbankB2

    banco de arena

    Het schip liep op een zandbank.