Vocabulario
6551 palabras · página 188 de 263
de sinaasappelA1
naranja
Ik pers elke ochtend een sinaasappel.
sindsA1
desde
Ik woon hier sinds 2022.
sindsdienB1
desde entonces
Hij is in 2020 verhuisd en sindsdien woont hij in Breda.
sinterklaasB2
fiesta de San Nicolás
Sinterklaas is vooral een kinderfeest.
de situatieA2
situación
Leg de situatie even uit.
de slaA1
lechuga
Er ligt sla in de koelkast.
de slaafB1
esclavo
Een slaaf had vroeger geen enkele vrijheid of rechten.
slaanB1irregular
sloeg · sloegen · hebben geslagen
pegar, golpear
Je mag een kind nooit slaan.
de slaapA1
sueño
Ik heb te weinig slaap gehad.
het slaapgebrekA2
falta de sueño
Door slaapgebrek kan ik me slecht concentreren.
de slaapkamerA1
dormitorio
Wij hebben twee slaapkamers.
de slaapkwaliteitB2
calidad del sueño
Schermgebruik verslechtert de slaapkwaliteit.
het slaapmiddelB2
somnífero
Een slaapmiddel is geen langetermijnoplossing.
het slaapritmeB2
ritmo del sueño
Nachtdiensten verstoren je slaapritme.
het slachtofferA1
víctima
Het slachtoffer is aanspreekbaar.
de slagB1
golpe; batalla
Na de vakantie ga ik meteen weer aan de slag.
de slagaderB2
arteria
De slagader vervoert zuurstofrijk bloed.
slagenB1
slaagde · zijn geslaagd
aprobar
Zij is voor het examen geslaagd.
salir bien, tener éxito
De operatie is helemaal geslaagd.
de slagerA2
carnicería
Bij de slager is het vlees beter.
slankB2
delgado
Zij is lang en slank.
de slapeloosheidB2
insomnio
Slapeloosheid komt vaak door stress.
slapenA1irregular
sliep · sliepen · hebben geslapen
dormir
Ik heb slecht geslapen.
het slavernijverledenB2
pasado esclavista
De stad bood excuses aan voor het slavernijverleden.
slechtA1
malo
Het weer is vandaag slecht.
slechtsB1
solo, únicamente
De cursus duurt slechts twee weken.

