Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

6551 palabras · página 178 de 263

  • de riemA2

    cinturón; correa

    Deze broek is te groot, ik heb een riem nodig.

  • de rijA2

    cola

    Er staat een lange rij bij de kassa.

  • het rijbewijsB1

    carné de conducir

    Zonder rijbewijs mag je niet rijden.

  • de rijbewijsverlengingB1

    renovación del carné

    De rijbewijsverlenging regel je bij de gemeente.

  • rijdenA2irregular

    reed · reden · hebben/zijn gereden

    conducir, ir en

    Hij rijdt elke dag naar zijn werk.

  • het rijexamenB1

    examen de conducir

    Ik ben geslaagd voor mijn rijexamen.

  • het rijgedragB1

    comportamiento al volante

    Zijn rijgedrag is de laatste tijd rustiger.

  • rijkA1

    rico

    Zij komt uit een rijke familie.

  • de rijkdomB2

    riqueza

    Ondanks zijn rijkdom was hij niet gelukkig.

  • de rijlesB1

    clase de conducir

    Ik neem sinds maart rijles.

  • rijpB2

    maduro

    Deze peren zijn nog niet rijp genoeg om te eten.


    de rijp

    escarcha

    Er lag rijp op de auto's.

  • de rijstA1

    arroz

    We eten vanavond rijst met groente.

  • de rijstrookB1

    carril

    De rechter rijstrook is afgesloten.

  • de rijvaardigheidB1

    habilidad al volante

    Bij het examen wordt je rijvaardigheid getest.

  • de rimpelB2

    arruga

    De rimpels om zijn ogen verraden zijn leeftijd.

  • de ringA2

    anillo

    Hij kocht een gouden ring voor zijn vriendin.

  • het risicoA2

    riesgo

    Wie te hard rijdt, neemt een groot risico.

  • de risico-inventarisatieB2

    evaluación de riesgos

    Elk bedrijf maakt een risico-inventarisatie.

  • de risicofactorB2

    factor de riesgo

    Roken is de grootste risicofactor.

  • het risicoprofielB2

    perfil de riesgo

    De bank bepaalt eerst je risicoprofiel.

  • de ritA2

    trayecto, viaje

    De rit met de taxi kostte veertig euro.

  • het ritmeB2

    ritmo

    Het ritme van dit lied is ongewoon.

  • de ritsB2

    cremallera

    De rits van mijn jas is kapot.

  • het ritueelB2

    ritual

    Het samen eten is bij hen een dagelijks ritueel.

  • de rivierA2

    río

    De rivier loopt door de stad.