Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7085 palabras · página 160 de 284

  • de ontmoetingB1

    encuentro

    De eerste ontmoeting met mijn collega's was erg gezellig.

  • de ontmoetingsplekB1

    lugar de encuentro

    Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.

  • ontnemenB1irregular

    ontnam · ontnamen · hebben ontnomen

    quitar, privar de

    De rechter ontnam hem zijn rijbewijs voor een jaar.

  • ontploffenB1

    ontplofte · zijn ontploft

    explotar

    Er ontplofte een gasfles in de keuken.

  • ontradenB2irregular

    ontraadde · ontraadden · hebben ontraden

    desaconsejar

    De arts ontraadde die combinatie.

  • ontroerenB2

    ontroerde · hebben ontroerd

    conmover

    Het verhaal ontroerde de hele zaal.

  • ontroerendB2

    conmovedor

    Het was een ontroerend afscheid.

  • de ontroeringB2

    emoción, conmoción

    Zijn woorden wekten ontroering bij het publiek.

  • ontslaanA2irregular

    ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen

    despedir

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • het ontslagB2

    despido, dimisión

    Hij heeft zelf ontslag genomen.

  • de ontslagbriefB2

    informe de alta

    De ontslagbrief gaat naar je huisarts.

  • de ontslagprocedureB2

    procedimiento de despido

    De ontslagprocedure is wettelijk vastgelegd.

  • de ontslagvergoedingB2

    indemnización por despido

    De ontslagvergoeding werd in één keer uitbetaald.

  • ontsnappenB2

    ontsnapte · zijn ontsnapt

    escapar

    Twee gevangenen zijn uit de gevangenis ontsnapt.

  • ontspannenB2irregular

    ontspande · ontspanden · hebben ontspannen

    relajarse

    In het weekend probeer ik te ontspannen.


    relajado

    Na de vakantie voel ik me weer heel ontspannen.

  • de ontspanningB1

    relajación

    Lezen is voor mij pure ontspanning.

  • ontstaanB1irregular

    ontstond · ontstonden · zijn ontstaan

    surgir, originarse

    Door de regen ontstonden er lange files.

  • ontvangenA1irregular

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    recibir; acoger (visitas)

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • de ontvangerB1

    destinatario

    De ontvanger van de brief was verhuisd.

  • de ontvangstB1

    recepción, recibo

    Na ontvangst van uw betaling sturen wij het pakket.

  • de ontvangstbevestigingB2

    acuse de recibo

    U krijgt binnen twee dagen een ontvangstbevestiging.

  • het ontwerpA2

    diseño

    Het ontwerp won een prijs.

  • ontwerpenB1irregular

    ontwierp · ontwierpen · hebben ontworpen

    diseñar

    Zij ontwerpt kleding voor een groot bedrijf.

  • de ontwerperB2

    diseñador

    De ontwerper koos voor strakke lijnen.

  • de ontwikkelaarB2

    desarrollador

    Hij werkt als ontwikkelaar van apps.