Vocabulario
7085 palabras · página 151 de 284
het nieuwsfeitB2
hecho noticioso
Scheid het nieuwsfeit van de interpretatie.
de nieuwsgaringB2
recopilación de noticias
Zorgvuldige nieuwsgaring kost tijd.
nieuwsgierigA2
curioso
Ik ben nieuwsgierig naar het resultaat.
de nieuwsgierigheidB2
curiosidad
Uit nieuwsgierigheid las hij het hele rapport.
het nieuwsoverzichtB2
resumen informativo
Elk uur volgt een kort nieuwsoverzicht.
de nieuwsredactieB2
redacción de noticias
De nieuwsredactie werkt dag en nacht door.
de nieuwswaardeB2
valor noticioso
Dit bericht heeft weinig nieuwswaarde.
niksA2
nada (coloquial)
Ik heb vandaag nog niks gegeten.
nimmerB1
jamás
Een fout als deze mag nimmer meer gebeuren.
het niveauA2
nivel
Op welk niveau zit je nu?
nochB1
ni ... ni
Hij heeft noch tijd noch geld voor vakantie.
nodigA1
necesario
Ik heb je hulp nodig.
noemenA2
noemde · hebben genoemd
llamar, nombrar
Hoe noem je dit ding in het Nederlands?
nogA1
todavía
Ik ben nog niet klaar.
nogalB1
bastante (coloquial)
Het was nogal druk in de stad vandaag.
nogmaalsA1
una vez más
Nogmaals bedankt voor je hulp.
nominerenB2
nomineerde · hebben genomineerd
nominar
Haar film is genomineerd voor een belangrijke prijs.
de noodB1
necesidad, apuro
Bel in geval van nood 112.
het noodnummerB2
número de emergencias
Het noodnummer in Nederland is 112.
de noodprocedureB2
procedimiento de emergencia
De noodprocedure hangt bij elke uitgang.
de noodzaakB1
necesidad (urgencia)
Ik zie de noodzaak van deze verandering niet.
noodzakelijkB1
necesario, imprescindible
Een operatie is volgens de dokter niet noodzakelijk.
nooitA1
nunca
Ik drink nooit alcohol.
noordelijkB1
septentrional, del norte
Groningen ligt in het noordelijke deel van het land.
het noordenA2
norte
Groningen ligt in het noorden van Nederland.

