Vocabulario
7085 palabras · página 146 de 284
het mottoB1
lema
Zijn motto is: eerst werken, dan feesten.
de mouwA2
manga
Er zit een gat in de mouw van mijn jas.
de muisA2
ratón
Er loopt een muis door de keuken.
de muntA2
moneda
Heb je een munt van twee euro?
menta
In de thee zit verse munt uit de tuin.
het muntgeldA2
monedas
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
de musB2
gorrión
De mus is minder algemeen dan vroeger.
het museumA2
museo
Het museum is op maandag gesloten.
de museumcollectieB2
colección del museo
De museumcollectie telt tienduizend objecten.
de museumkaartB1
tarjeta de museos
Met een museumkaart kom je overal gratis binnen.
de musicalB2
musical (espectáculo)
We gaan zaterdag naar een musical in het theater.
de muurA1
pared
Aan de muur hangt een schilderij.
de muziekA1
música
Ik luister graag naar muziek.
het muziekgenreB2
género musical
Dit muziekgenre is populair bij jongeren.
de muzieklesB1
clase de música
Mijn zoon heeft op woensdag muziekles.
het muziekstukB2
pieza musical
Het muziekstuk duurt twintig minuten.
muzikaalB2
musical
Het hele gezin is erg muzikaal.
de muzikantB1
músico
Op straat speelt een muzikant gitaar.
mysterieusB2
misterioso
Er gebeurde iets mysterieus in het oude huis.
de mytheB1
mito
Dat suiker kinderen druk maakt, is een mythe.
naA1
después de
Na het eten gaan we wandelen.
de naaldB2
aguja
De verpleegkundige prikt met een naald in mijn arm.
de naamA1
nombre
Wat is jouw naam?
de naamswijzigingB2
cambio de nombre
Een naamswijziging kost tijd en geld.
de naamvalB2
caso gramatical
Het Nederlands kent nauwelijks nog naamvallen.
naarA1
a, hacia
Ik ga naar mijn werk.

