Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7809 palabras · página 111 de 313

  • de hypotheekrenteB2

    interés hipotecario

    De hypotheekrente is fors gestegen.

  • de hypotheekverstrekkingB2

    concesión de hipotecas

    De regels voor hypotheekverstrekking zijn aangescherpt.

  • de hypotheseB2

    hipótesis

    De hypothese werd niet bevestigd.

  • ideaalB1

    ideal

    Dit huis is ideaal voor een gezin met kinderen.

  • het ideeA1

    idea

    Dat is een goed idee.

  • identiekB1

    idéntico

    De twee formulieren zijn bijna identiek.

  • identificerenB1

    identificeerde · hebben geïdentificeerd

    identificar(se)

    Bij de balie moet je je kunnen identificeren.

  • de identiteitB1

    identidad

    Taal is een deel van je identiteit.

  • het identiteitsbewijsA2

    documento de identidad

    Neem een geldig identiteitsbewijs mee.

  • de identiteitscontroleB1

    control de identidad

    Bij binnenkomst is er een identiteitscontrole.

  • de identiteitsfraudeB2

    suplantación de identidad

    Bij identiteitsfraude gebruikt iemand jouw gegevens.

  • de ideologieB2

    ideología

    Elke politieke partij heeft een eigen ideologie.

  • idiootB1

    idiota

    Wat een idioot plan om zonder jas te gaan!

  • iedereA1

    cada

    Iedere maandag heb ik les.

  • iedereenA1

    todo el mundo, todos

    Iedereen is welkom.

  • iemandA1

    alguien

    Er staat iemand voor de deur.

  • ietsA1

    algo

    Wil je iets drinken?

  • ietwatB1

    algo, un poco

    De soep is ietwat zout, maar wel lekker.

  • het ijsA1

    hielo, helado

    De kinderen willen een ijsje.

  • het ijzerB1

    hierro

    Het hek is gemaakt van ijzer.

  • ijzerenB2

    de hierro

    Voor het raam zit een ijzeren hek.

  • ik ben van meningB2

    soy de la opinión

    Ik ben van mening dat de regel te streng is.

  • ik betwijfel ofB2

    dudo que

    Ik betwijfel of dat op tijd lukt.

  • illegaalB1

    ilegal

    Het is illegaal om zonder vergunning te bouwen.

  • de illusieB1

    ilusión

    Hij maakt zich geen illusies over zijn kansen.