Vocabulario
269 palabras · página 10 de 11
de winkeltijdenA2
horario comercial
De winkeltijden staan op de deur.
de winkelvloerB2
sala de ventas
Zij begon op de winkelvloer.
de winkelwagenA2
carrito
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
de winnaarA2
ganador
De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.
winnenA2irregular
won · wonnen · hebben gewonnen
ganar (un partido)
Wie heeft gisteren de wedstrijd gewonnen?
de winstB1
beneficio, ganancia
De winkel maakte dit jaar veel winst.
de winstdelingB2
participación en beneficios
Werknemers krijgen hier winstdeling.
de winstmargeB2
margen de beneficio
De winstmarge in deze sector is klein.
de winterA1
invierno
De winter is hier nat en koud.
de wiskundeB2
matemáticas
Wiskunde is voor dit profiel verplicht.
wisselenA2
wisselde · hebben gewisseld
cambiar (dinero)
Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?
alternar, cambiar constantemente
Het weer wisselt hier van uur tot uur.
de wisselkoersB2
tipo de cambio
De wisselkoers is vandaag ongunstig.
de wisselwerkingB2
interacción
Let op de wisselwerking tussen deze twee middelen.
witA1
blanco
De muren zijn wit geverfd.
de woedeB2
ira
Hij kon zijn woede nauwelijks bedwingen.
de woensdagA1
miércoles
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de woestijnB2
desierto
De woestijn breidt zich langzaam uit.
de wolB2
lana
Wol is warm maar kwetsbaar in de was.
de wolkB1
nube
Er hangen donkere wolken.
de wondA1
herida
Maak de wond eerst schoon.
de wondgenezingB1
cicatrización
De wondgenezing verloopt goed.
de wondverzorgingA2
cura de la herida
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
wonenA1
woonde · hebben gewoond
vivir, residir
Wij wonen in Utrecht.
de woningA2
vivienda
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
de woningcorporatieA2
empresa de vivienda social
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.

