Vocabulario
264 palabras · página 8 de 11
de toetsweekB1
semana de exámenes
Volgende maand is de toetsweek.
toevalligA2
por casualidad
Ik zag mijn oude leraar toevallig in de supermarkt.
toevoegenB1separable
voegde toe · hebben toegevoegd
añadir
Voeg nog een beetje zout aan de soep toe.
de toezeggingB2
compromiso verbal
De toezegging staat zwart op wit.
de toezichthouderB2
organismo supervisor
De toezichthouder legde een boete op.
het toiletA1
aseo
Waar is het toilet?
de tolerantieB2
tolerancia
Tolerantie wordt vaak als Nederlandse waarde genoemd.
de tolkB2
intérprete
Bij het gesprek was een tolk aanwezig.
de tolwegB2
autopista de peaje
In Frankrijk rijd je vaak over een tolweg.
de tomaatA1
tomate
Doe een tomaat in de salade.
het toneelB2
escena, teatro
Zij staat al twintig jaar op het toneel.
de toneelmeesterB2
jefe de escena
De toneelmeester regelt alles achter de schermen.
het toneelstukB2
obra de teatro
Het toneelstuk gaat over een gezin in oorlogstijd.
tonenB1
toonde · hebben getoond
mostrar, enseñar
Kunt u bij de ingang uw kaartje tonen?
de tongA1
lengua
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
de toonA2
tono
Zijn toon was nogal onvriendelijk.
de toonbankB1
mostrador (de tienda)
De verkoper legt het brood op de toonbank.
de toonhoogteB2
tono (altura)
Bij een vraag gaat de toonhoogte omhoog.
de toonzettingB2
tono del texto
De toonzetting van de brief was streng.
de topB1
cima, cumbre
Na drie uur lopen stonden we op de top.
de topsportB2
deporte de élite
Topsport vraagt jarenlange toewijding.
het toptariefB2
tipo impositivo máximo
Het toptarief bedraagt bijna vijftig procent.
totA1
hasta
De winkel is open tot zes uur.
tot ziensA1
hasta luego
Tot ziens, fijne dag nog!
totaalB1
total
Het totale bedrag is vijftig euro.

