Vocabulario
264 palabras · página 5 de 11
terugA1
de vuelta
Ik ben om zes uur terug.
terugbellenB1separable
belde terug · hebben teruggebeld
devolver la llamada
Kunt u mij vanmiddag terugbellen?
terugbetalenA2separable
betaalde terug · hebben terugbetaald
devolver (dinero)
Ik betaal je volgende week terug.
de teruggaafB2
devolución de impuestos
De teruggaaf staat over zes weken op je rekening.
terughoudendB2
reservado
De minister reageerde terughoudend.
terugkerenB1separable
keerde terug · zijn teruggekeerd
regresar, volver
Na de vakantie keerde hij terug naar Nederland.
terugkomenA2separableirregular
kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen
volver
Hij komt volgende week terug.
de terugkoppelingB2
retroalimentación
Wij geven binnen een week terugkoppeling.
de terugroepactieB2
campaña de retirada
De fabrikant startte een terugroepactie.
terwijlB1
mientras
Ik luister naar muziek terwijl ik kook.
de testA2
prueba, test
De dokter doet een test om te zien wat je hebt.
testenA2
testte · hebben getest
probar, hacer una prueba
De dokter wil je bloed nog een keer testen.
tevensB2
a la vez, además
Zij is docent en tevens onderzoeker.
tevorenB1
de antemano, con antelación
Bel even van tevoren als je later komt.
tevredenA2
satisfecho
Zij is tevreden met het resultaat.
de tevredenheidB2
satisfacción
De tevredenheid onder werknemers is gestegen.
het theaterB1
teatro
In het theater draait een nieuw stuk.
het theaterbezoekB1
visita al teatro
Een theaterbezoek is best duur.
de theeA1
té
Ik drink liever thee dan koffie.
het themaB1
tema (central)
Het thema van de les is wonen in Nederland.
theoretischB2
teórico
Theoretisch klopt het, maar in de praktijk niet.
de theorieA2
teoría
In theorie klopt het, in de praktijk niet.
de theorievormingB2
construcción teórica
Deze studie draagt bij aan de theorievorming.
de therapieB1
terapia
Hij volgt therapie na het ongeluk.
de therapietrouwB2
adherencia al tratamiento
Therapietrouw bepaalt vaak het resultaat.

