Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

264 palabras · página 4 de 11

  • teleurstellendB2

    decepcionante

    De opkomst was teleurstellend.

  • de teleurstellingB2

    decepción

    De uitslag was een grote teleurstelling.

  • de televisieA1

    televisión

    De televisie staat de hele dag aan.

  • tellenA1

    telde · hebben geteld

    contar (números)

    Kun je tot tien tellen in het Nederlands?


    contar, valer

    Deze oefening telt niet mee voor je eindcijfer.

  • de temperatuurB1

    temperatura

    De temperatuur daalt vannacht.

  • de temperatuurstijgingB1

    aumento de temperatura

    De temperatuurstijging is duidelijk zichtbaar.

  • het temperatuurverloopB2

    evolución de la temperatura

    Het temperatuurverloop staat in de grafiek.

  • het tempoB1

    velocidad, ritmo

    Het tempo van de cursus ligt hoog.

  • ten behoeve vanB2

    a efectos de

    Dit formulier is ten behoeve van de aanvraag.

  • ten eersteB2

    en primer lugar

    Ten eerste is het te duur.

  • ten opzichte vanB2

    frente a, en relación con

    Ten opzichte van vorig jaar is er weinig veranderd.

  • ten slotteB2

    por último

    Ten slotte wil ik iedereen bedanken.

  • tengerB2

    menudo

    Zij is tenger gebouwd.

  • tenminsteB1

    al menos

    Hij komt morgen, tenminste dat zegt hij.

  • het tentamenB2

    examen universitario

    Het tentamen is over drie weken.

  • de tentoonstellingB1

    exposición

    In het museum is een nieuwe tentoonstelling.

  • tenzijB2

    a menos que

    Wij gaan door, tenzij u bezwaar maakt.

  • terechtB1

    justificado, con razón

    Je klacht is terecht, we lossen het meteen op.

  • het terloopsB2

    de pasada

    Hij noemde het terloops in het gesprek.

  • de termB2

    término

    Wat betekent deze term in de economie?

  • de termijnB1

    plazo

    Je kunt in termijnen betalen.

  • het termijnbedragB2

    importe del plazo

    Het termijnbedrag gaat in januari omhoog.

  • terneergeslagenB2

    abatido

    Hij zat terneergeslagen in de wachtkamer.

  • het terrasB1

    terraza

    Bij mooi weer zitten we op het terras.

  • het terreinB2

    terreno, recinto

    Op het terrein van de fabriek mag je niet roken.